Historische Confrontatie aan de Bron (original english version below)

Historische Confrontatie aan de Bron

Locatiespecifiek geheugenwerk oftewel site-specific memory work is het verfijnde theatrale uitgangspunt van de fysiek en metaforisch bewegende, ontroerende dansproductie Space of Becoming 2026 van Sites of Memory, gezien op 10 oktober 2026 in het Maritiem Museum in Amsterdam als onderdeel van het Afro-Vibes Festival.

Onder het strenge oog van de beschilderde boegspriet aan de voorzijde van het gigantische 18e-eeuwse VOC spiegelretourschip (replica) de Indiaman Amsterdam, dat door het raam naar binnen gluurt, wordt de diverse menigte verwelkomd door Jennifer Tosch, cultuurhistorica en medeoprichter van Sites of Memory. Haar markante aanwezigheid en pakkend leiderschap bepalen de sfeer.
‘Tien jaar geleden, toen we Sites of Memory samen met theatermaker en programmeur Katy Streek oprichtten,’ zegt ze, ‘had ik me nooit kunnen voorstellen waar deze reis ons naar toe zou leiden. Ik ben diep ontroerd door de manier waarop we samen mensen met een plek hebben verbonden, het verleden met de toekomst hebben verbonden en ruimte hebben gecreëerd voor gesprekken over geschiedenissen die maar al te vaak over het hoofd worden gezien.’

Het is inderdaad een belangrijke, specifieke keuze om dit werk hier te presenteren, op de zetel van de VOC Oost-Indische Compagnie, met haar directe, intense band met de slavenhandel en het kolonialisme. Dit zit diep. Wat een eer om deel uit te maken van een historisch verwerkingsproces, waarbij het pijnlijke proces en de vooruitgang die gaande is, worden erkend. Geen succesverhaal, maar een staat van herinneren, gerealiseerd door onderzoek als artistieke praktijk.

Het publiek wordt expliciet uitgenodigd om getuige te zijn, om alles te durven horen, inclusief de moeilijke, afschuwelijke delen. Pas later in het stuk, na veel zweet en wanneer het publiek wordt gevraagd wie er uit Amsterdam komt, verandert de aanvankelijke positieve herkenning in een zweem van historische beschuldiging. De confrontatie met Amsterdammers die profiteerden van de slavenhandel wordt rechtstreeks op het bordje van de toeschouwer gelegd. “De smaken, de aroma’s op je bord, je favoriete kruiden bijvoorbeeld, proef de volgende keer de slavernij achter de kaneel.”
Het zet je aan het denken.

Het stuk zelf is een betoverend staaltje van vertelkunst, uitgevoerd door dansers. De voorstelling, met deelnemers uit Zuid-Afrika, Sri Lanka en Nederland, vindt plaats in twee verschillende ruimtes binnen het museum en is een indrukwekkende choreografie: een mix van westerse moderne dans, Zuid-Afrikaanse gumboot dans, Sri Lankaanse Kandyan-dans met zijn kenmerkende gebogen handgebaren en hiphop. Dit alles onder leiding van de Sri Lankaanse choreografe Kapila Palihawadana van nATANDA en de Zuid-Afrikaanse choreograaf Luke de Kock van Camissa Create.
Soms subtiel en kwetsbaar, altijd prachtig. Het schouwspel van krachtige en elegante lichamen in een vaak dervisjachtige, duizelingwekkende herhaling, die de complexe micro- en macro verhalen tot leven brengen, vormt een samenhangend en effectief werk van het hechte ensemble van tien spelers die een eeuwenoude waarheid oproepen die helemaal verbonden is met deze plek op de kaart.

Het theatrale verhaal wordt ondersteund door gesproken woord in de vorm van monologen en dialogen over identiteit, ontvoering, geheugen, aanpassing en veerkracht, in de moedertalen en met de accenten van de acteurs, waaronder Nederlands en Engels. Het publiek wordt direct aangesproken: “Wat ooit een ruimte van gevangenschap en controle was, is nu een ruimte van veerkracht en verbondenheid.”
De aarzeling van de buitenlandse kunstenaars om zich uit te spreken, met name voor een westers publiek, voor afstammelingen van de VOC, was naar verluidt een probleem tijdens het maken en repeteren van de productie. De dynamiek in hun thuislanden dicteert een andere hiërarchie. Wat een daad van jezelf waarmaken om een ​​autochtoon Amsterdams publiek toe te spreken over historisch handelen – misdaden uit het verleden, waaronder het stelen van land, goederen en mensen. Nogmaals, het is een voorrecht om als toeschouwer deel uit te maken van een bevrijdend proces van zelfverwerkelijking.

De aanstaande tournee naar Sri Lanka en Zuid-Afrika roept de vraag op welke specifieke historische locaties als inspiratie en theatrale setting zullen dienen voor de volgende versie Space of Becoming, en welke specifieke inheemse historische context en beeldtaal daarbij gebruikt zullen worden?

Geschreven door Lisa Sove
© alle rechten voorbehouden

 

—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————-

original english version:

Historical Confrontation at the Source

Site-specific memory work is the sophisticated theatrical premise of the physically and metaphorically moving dance production Space of Becoming 2026 by Sites of Memory, seen October 10, 2026 at the Maritime Museum in Amsterdam as part of the Afro-Vibes Festival.

Under the harsh eye peeking through the window of the painted bowsprit on the front of the giant 18th century transom return cargo ship (replica), the Indiaman Amsterdam, the diverse crowd gathering is welcomed by Jennifer Tosch, cultural historian and co-founder of Sites in Memory, Her distinctive presence and commanding leadership sets the tone.
“Ten years ago, when we co-founded Sites of Memory with theatermaker and programmer Katy Streek,“ she says, “I could not have imagined where this journey would lead. I’m deeply moved by how we have worked together to connect people to place, connect the past to the future and create space for conversation about histories that are too often overlooked.”

Indeed it’s clearly an important, specific choice to present this work here, at the seat of the VOC East Indian Company, with it’s direct, intense connection to the slave trade and colonialism. This runs deep. What an honor to be part of an historical reckoning, recognizing the agonizing process and progress in motion. Not an end success story, but a state of memory, realized through research as artistic practice.

The audience is explicitly invited to bear witness, to dare to hear it all including the difficult, awful parts. Only later in the piece, after much sweat has been shed, and the audience is asked who is from Amsterdam does the initial positive recognition morph into whiffs of historical blame. The confrontation as Amsterdammer profiting from the slave trade is placed directly on the spectator’s plate. “The flavors, the tastes on your plate, your favorite spices for example, next time taste the slavery behind cinnamon.”
Makes you think.

The piece itself is a mesmerizing sample of storytelling. Performed by dancers from South Africa, Sri Lanka and the Netherlands and taking place in two different spaces within the museum, it is an impressive choreography: a mix of western modern dance, South African gumboot dance, Sri Lankan Kandyan dance with its distinctive flexed hand gestures, and hip hop. This under the auspices of Sri Lankan choreographer Kapila Palihawadana from nATANDA and South African choreographer Luke de Kock of Camissa Create.
Sometimes subtle and fragile, always beautiful. The spectacle of powerful and elegant bodies in often hardy, dizzying repetition driving the complex micro and macro stories home forms a cohesive and effective work by the tight ensemble of ten players conjuring an ancient truth totally attached to this geographical spot on the map.

The theatrical narrative is supported by the spoken word in the form of monologues and prozaic dialogues around identity, kidnapping, memory, adaptation and resilience in the players’ native languages and accents including in Dutch and English. The audience is addressed directly, “What once was a space of imprisonment and control, is now a space of resilience and connection.”
Apprehension of the foreign artists to speak out, to speak at a white western audience, especially VOC descendents, was reportedly an issue while creating and rehearsing the production. The dynamics in their respective homelands dictate a different hierarchy. What an act of self-actualization to address a native Dutch Amsterdam audience regarding historical behaviour- crimes of the past, including stealing land, goods and people. Again, it’s a privilege as an audience member to be part of a liberating process of becoming.

The upcoming tour to Sri Lanka and South Africa begs the question which specific historical sites will serve as inspiration and theatrical settings for the next iteration of Space of Becoming, and which specific indigenous historical context and visual palette will be drawn from into becoming?

Written by Lisa Sove
© all rights reserved

 

Reacties

Geef een reactie

Gerelateerde berichten

Nieuws
Theaternetwerk

Meer macht voor de fondsen, geen euro erbij

De contourenbrief van minister Letschert hertekent het cultuurbestel vanaf 2029. Wat dat betekent voor podia, gezelschappen en makers, van de grote zaal tot de vrije

Waar ben je naar op zoek?