Voorstelling: De Grote Jubileumshow / Jandino 20 jaar
Artiest: Jandino Asporaat m.m.v. Glenn Gaddum senior en 3 koppig ensemble
Datum: 17 okt. 2026
Locatie: Fulcotheater, IJsselstein

In een uitverkocht Fulcotheater geniet een gemengd publiek van jong en oud, met roots van de Antillen tot aan de Molukken, van de Jubileumshow van Jandino Asporaat. Zijn stem klinkt al door de zaal voordat het doek opengaat. Met de uitspraak ‘Niemand heeft tijd voor zure mensen’ tovert hij direct een lach op ieders gezicht. Dan verschijnt het eerste typetje Opa Goed Geluk, in het decor van het bejaardenhuis. Er klinkt luid applaus.

Vanaf het eerste moment zoekt Jandino de interactie met het publiek en betrekt hij mensen uit de zaal bij zijn sketches. Dit zorgt voor hilariteit en een goede sfeer. Ondanks de aanwezigheid van het jonge publiek, neemt Jandino geen blad voor de mond. Sommige grappen zijn behoorlijk schunnig en gaan soms misschien net over de grens. Door zijn originele twists blijven ze luchtig en voelt iedereen zich onderdeel van de show.

Meerdere keren worden er mensen uit het publiek naar voren geroepen. Vrijwilligers staan te popelen om het podium op te gaan en Jandino speelt gevat in op wat er spontaan gebeurt. Ook zichzelf neemt hij niet te serieus. Een terugkerend thema is zijn vrijgezellenstatus. Volgens eigen zeggen heeft hij niet de looks, maar moet hij het van zijn humor hebben. Dit onderwerp komt steeds in een andere, grappige vorm terug.

Jandino wordt in de show bijgestaan door de one-man-band Glenn Gaddum Sr. die live alle sketches, typetjes en overgangen begeleidt. Hij reageert op droogkomische wijze op Jandino. Wanneer Jandino het lied ‘Kom bij mij’ wil inzetten, vliegt het percussie-ei uit Glenns hand het podium over. Dit zorgt voor luid gelach in de zaal. Jandino haakt er meteen op in door te zeggen dat Glenn maar één taak had… Dat Glenn, in zijn rol van droge sidekick, vervolgens zelf niet meer kan stoppen met lachen, laat mooi zien wat er tijdens een liveshow kan gebeuren. Ook de drie dames op het podium vervullen uiteenlopende rollen: van achtergrondzangeressen en danseressen tot tegenspelers en figuranten tijdens de sketches.

De jubileumshow combineert comedy, muziek en zang met een boodschap over vallen, opstaan en genieten van het leven. Bekende typetjes als Judeska en Sydney zorgen voor herkenning, terwijl de verrassende wendingen de aandacht vasthouden. Het publiek wordt uitgenodigd om mee te doen, te dansen en vooral plezier te maken. De boodschap die ik uit de voorstelling haal, is duidelijk: wees niet bang, stel je dromen niet uit, pak je kansen en geniet van het leven.

Voor iemand die volgens eigen zeggen in het verleden nooit zijn verjaardag vierde, haalt Jandino met zijn jubileumshow alles uit de kast om er een feestje van te maken. Het publiek krijgt een avond vol humor, muziek en herkenning voorgeschoteld. Je moet wel een hele koele kikker zijn om niet met een lach op het gezicht naar huis te gaan!

Tentoonstelling: Ballades en Breinbrekers
Door: Eddie Franken en Ruud Vonken
Locatie: Annatheater, Helmond
Datum: Vrijdag 15 oktober 2026, 20:30-22:00

Knikkende hoofden en krakende hersens

Muziek en verbinding waren vanavond duidelijk de rode draad. We startten met Eddie, die een ‘verrassing’ voor Ruud had, maar onderbroken werd door Ruud zelf. Nadat hij begon te vertellen over pentatonische toonladders en het publiek speelkaarten aan het verdelen was, speelde Eddie en Ruud hun eerste stuk. Dit maakte je meteen nieuwsgierig naar het vervolg en de reden waarom het publiek de hele voorstelling met die kaarten in de hand zat.

Het decor was minimalistisch, met 4 gitaren, en een leuk aangeklede tafel met stoelen en lampen. Het publiek was zeer gevarieerd, van jong tot oud, en de mannen op het podium zagen er piekfijn uit.

De muziekstukken waren prachtig uitgevoerd. Ruud en Eddie zijn overduidelijk passievolle muzikanten en hebben plezier in wat ze doen.

‘’ Ruud, een meester in diverse stijlen, brengt de kracht van klassieke, jazz- en rockgitaar, terwijl Eddie, met zijn ervaring in zowel gitaarspel als mentalisme, een magische dimensie toevoegt die je niet ziet aankomen.’’

Tussen de verhalen van Ruud door, over muziek vanuit het oude China tot de moderne tijd, werd je enigszins afgeleid door de illusie trucjes van Eddie, waar het publiek wel hardop om kon lachen. Waar Ruud, naar mijn mening, meer als de verteller overkwam, deed Eddie zijn tekst wat spontaner. Hoewel ze elkaar goed aanvulden en het publiek erg positief reageerde op de verhalen en grappen, merkte ik zelf dat ik me soms niet goed kon concentreren op de verhalen van Ruud door de afleiding van Eddie. De knikkende hoofden op de maat van de muziek vond ik ook leuk om te zien.

Het muziekstuk dat me het meest is bijgebleven is het concertstuk van Granados uit 1916, mede door het tragische verhaal dat daarbij hoorde. De Amerikaanse president had de Spanjaard uitgenodigd voor een optreden, echter miste hij hierdoor zijn directe verbinding terug naar Spanje. Hoewel het optreden een grote eer was, kreeg het verhaal uiteindelijk een tragische afloop. Ook werden er bekende muziekstukken gespeeld in verschillende muziekstijlen.. Klassiek, blues, pop, enz. Erg knap en steeds weer verrassend! Ieder muziekstuk had zijn eigen verhaal.

De voorstelling werd afgesloten met een leuke kaarttruc waar het publiek aan meedeed en die ik bestempelde als absolute Breinbreker. En de ballades, die spraken voor zich.

Historische Confrontatie aan de Bron

Locatiespecifiek geheugenwerk oftewel site-specific memory work is het verfijnde theatrale uitgangspunt van de fysiek en metaforisch bewegende, ontroerende dansproductie Space of Becoming 2026 van Sites of Memory, gezien op 10 oktober 2026 in het Maritiem Museum in Amsterdam als onderdeel van het Afro-Vibes Festival.

Onder het strenge oog van de beschilderde boegspriet aan de voorzijde van het gigantische 18e-eeuwse VOC spiegelretourschip (replica) de Indiaman Amsterdam, dat door het raam naar binnen gluurt, wordt de diverse menigte verwelkomd door Jennifer Tosch, cultuurhistorica en medeoprichter van Sites of Memory. Haar markante aanwezigheid en pakkend leiderschap bepalen de sfeer.
‘Tien jaar geleden, toen we Sites of Memory samen met theatermaker en programmeur Katy Streek oprichtten,’ zegt ze, ‘had ik me nooit kunnen voorstellen waar deze reis ons naar toe zou leiden. Ik ben diep ontroerd door de manier waarop we samen mensen met een plek hebben verbonden, het verleden met de toekomst hebben verbonden en ruimte hebben gecreëerd voor gesprekken over geschiedenissen die maar al te vaak over het hoofd worden gezien.’

Het is inderdaad een belangrijke, specifieke keuze om dit werk hier te presenteren, op de zetel van de VOC Oost-Indische Compagnie, met haar directe, intense band met de slavenhandel en het kolonialisme. Dit zit diep. Wat een eer om deel uit te maken van een historisch verwerkingsproces, waarbij het pijnlijke proces en de vooruitgang die gaande is, worden erkend. Geen succesverhaal, maar een staat van herinneren, gerealiseerd door onderzoek als artistieke praktijk.

Het publiek wordt expliciet uitgenodigd om getuige te zijn, om alles te durven horen, inclusief de moeilijke, afschuwelijke delen. Pas later in het stuk, na veel zweet en wanneer het publiek wordt gevraagd wie er uit Amsterdam komt, verandert de aanvankelijke positieve herkenning in een zweem van historische beschuldiging. De confrontatie met Amsterdammers die profiteerden van de slavenhandel wordt rechtstreeks op het bordje van de toeschouwer gelegd. “De smaken, de aroma’s op je bord, je favoriete kruiden bijvoorbeeld, proef de volgende keer de slavernij achter de kaneel.”
Het zet je aan het denken.

Het stuk zelf is een betoverend staaltje van vertelkunst, uitgevoerd door dansers. De voorstelling, met deelnemers uit Zuid-Afrika, Sri Lanka en Nederland, vindt plaats in twee verschillende ruimtes binnen het museum en is een indrukwekkende choreografie: een mix van westerse moderne dans, Zuid-Afrikaanse gumboot dans, Sri Lankaanse Kandyan-dans met zijn kenmerkende gebogen handgebaren en hiphop. Dit alles onder leiding van de Sri Lankaanse choreografe Kapila Palihawadana van nATANDA en de Zuid-Afrikaanse choreograaf Luke de Kock van Camissa Create.
Soms subtiel en kwetsbaar, altijd prachtig. Het schouwspel van krachtige en elegante lichamen in een vaak dervisjachtige, duizelingwekkende herhaling, die de complexe micro- en macro verhalen tot leven brengen, vormt een samenhangend en effectief werk van het hechte ensemble van tien spelers die een eeuwenoude waarheid oproepen die helemaal verbonden is met deze plek op de kaart.

Het theatrale verhaal wordt ondersteund door gesproken woord in de vorm van monologen en dialogen over identiteit, ontvoering, geheugen, aanpassing en veerkracht, in de moedertalen en met de accenten van de acteurs, waaronder Nederlands en Engels. Het publiek wordt direct aangesproken: “Wat ooit een ruimte van gevangenschap en controle was, is nu een ruimte van veerkracht en verbondenheid.”
De aarzeling van de buitenlandse kunstenaars om zich uit te spreken, met name voor een westers publiek, voor afstammelingen van de VOC, was naar verluidt een probleem tijdens het maken en repeteren van de productie. De dynamiek in hun thuislanden dicteert een andere hiërarchie. Wat een daad van jezelf waarmaken om een ​​autochtoon Amsterdams publiek toe te spreken over historisch handelen – misdaden uit het verleden, waaronder het stelen van land, goederen en mensen. Nogmaals, het is een voorrecht om als toeschouwer deel uit te maken van een bevrijdend proces van zelfverwerkelijking.

De aanstaande tournee naar Sri Lanka en Zuid-Afrika roept de vraag op welke specifieke historische locaties als inspiratie en theatrale setting zullen dienen voor de volgende versie Space of Becoming, en welke specifieke inheemse historische context en beeldtaal daarbij gebruikt zullen worden?

Geschreven door Lisa Sove
© alle rechten voorbehouden

 

—————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————-

original english version:

Historical Confrontation at the Source

Site-specific memory work is the sophisticated theatrical premise of the physically and metaphorically moving dance production Space of Becoming 2026 by Sites of Memory, seen October 10, 2026 at the Maritime Museum in Amsterdam as part of the Afro-Vibes Festival.

Under the harsh eye peeking through the window of the painted bowsprit on the front of the giant 18th century transom return cargo ship (replica), the Indiaman Amsterdam, the diverse crowd gathering is welcomed by Jennifer Tosch, cultural historian and co-founder of Sites in Memory, Her distinctive presence and commanding leadership sets the tone.
“Ten years ago, when we co-founded Sites of Memory with theatermaker and programmer Katy Streek,“ she says, “I could not have imagined where this journey would lead. I’m deeply moved by how we have worked together to connect people to place, connect the past to the future and create space for conversation about histories that are too often overlooked.”

Indeed it’s clearly an important, specific choice to present this work here, at the seat of the VOC East Indian Company, with it’s direct, intense connection to the slave trade and colonialism. This runs deep. What an honor to be part of an historical reckoning, recognizing the agonizing process and progress in motion. Not an end success story, but a state of memory, realized through research as artistic practice.

The audience is explicitly invited to bear witness, to dare to hear it all including the difficult, awful parts. Only later in the piece, after much sweat has been shed, and the audience is asked who is from Amsterdam does the initial positive recognition morph into whiffs of historical blame. The confrontation as Amsterdammer profiting from the slave trade is placed directly on the spectator’s plate. “The flavors, the tastes on your plate, your favorite spices for example, next time taste the slavery behind cinnamon.”
Makes you think.

The piece itself is a mesmerizing sample of storytelling. Performed by dancers from South Africa, Sri Lanka and the Netherlands and taking place in two different spaces within the museum, it is an impressive choreography: a mix of western modern dance, South African gumboot dance, Sri Lankan Kandyan dance with its distinctive flexed hand gestures, and hip hop. This under the auspices of Sri Lankan choreographer Kapila Palihawadana from nATANDA and South African choreographer Luke de Kock of Camissa Create.
Sometimes subtle and fragile, always beautiful. The spectacle of powerful and elegant bodies in often hardy, dizzying repetition driving the complex micro and macro stories home forms a cohesive and effective work by the tight ensemble of ten players conjuring an ancient truth totally attached to this geographical spot on the map.

The theatrical narrative is supported by the spoken word in the form of monologues and prozaic dialogues around identity, kidnapping, memory, adaptation and resilience in the players’ native languages and accents including in Dutch and English. The audience is addressed directly, “What once was a space of imprisonment and control, is now a space of resilience and connection.”
Apprehension of the foreign artists to speak out, to speak at a white western audience, especially VOC descendents, was reportedly an issue while creating and rehearsing the production. The dynamics in their respective homelands dictate a different hierarchy. What an act of self-actualization to address a native Dutch Amsterdam audience regarding historical behaviour- crimes of the past, including stealing land, goods and people. Again, it’s a privilege as an audience member to be part of a liberating process of becoming.

The upcoming tour to Sri Lanka and South Africa begs the question which specific historical sites will serve as inspiration and theatrical settings for the next iteration of Space of Becoming, and which specific indigenous historical context and visual palette will be drawn from into becoming?

Written by Lisa Sove
© all rights reserved

 

De contourenbrief van minister Letschert hertekent het cultuurbestel vanaf 2029. Wat dat betekent voor podia, gezelschappen en makers, van de grote zaal tot de vrije maker.

Op 9 oktober stuurde minister Rianne Letschert (OCW) haar visie op cultuur en cultuursubsidies vanaf 2029 naar de Tweede Kamer. Het is nog geen besluit, maar een richting. De definitieve keuzes volgen medio 2027, de nieuwe subsidieperiode begint op 1 januari 2029. Toch staat de kern van het plan er al: de rijkscultuurfondsen krijgen meer macht, subsidies kunnen voortaan voor acht jaar worden toegekend in plaats van vier, de regeldruk gaat omlaag, en dit alles gebeurt binnen de bestaande budgetten. De Raad voor Cultuur bepleitte twee jaar geleden een nieuw bestel met tweehonderd miljoen euro per jaar extra. “Dat geld is er niet”, schrijft Letschert. Ze houdt de analyse overeind en laat de rekening vallen.

De brief rekent cultuur intussen voor als een flinke economische factor, goed voor 3,43 procent van het bruto binnenlands product en ongeveer 33 miljard euro. Dat maakt de keuze om er niets bij te doen eerder scherper dan zachter.

De grootste verandering zit in het loket. Nu krijgt een deel van de instellingen rechtstreeks subsidie van het ministerie, via de basisinfrastructuur. Straks moet zoveel mogelijk subsidie via de fondsen lopen; de politiek stelt de kaders, de uitvoering komt dichter bij het veld. Tegelijk gaan de zes fondsen vermoedelijk terug in aantal. Eén groot fonds, zoals de Raad voor Cultuur opperde, vindt de minister te ver gaan, maar het advies van bureau BMC om te clusteren, richting drie fondsen, volgt ze in grote lijnen. Een kwartiermaker gaat de nieuwe structuur uittekenen, gefaseerd, zodat niet alles op 1 januari 2029 af hoeft te zijn.

Voor podia en schouwburgen betekent dat vooral dat je je aanvraag straks bij een fonds doet en niet meer bij het ministerie. Wie buiten de Randstad zit, kan er baat bij hebben. De minister wil juist de regio’s die achterblijven versterken, ze noemt Drenthe, Flevoland en Zeeland, en provincies en gemeenten meer te zeggen geven over wat in hun gebied nodig is. Grote podia met een stevige positie kunnen daarbij profiteren van de langere subsidie.

Voor gezelschappen hangt veel af van je omvang. De symfonieorkesten en de operagezelschappen blijven rechtstreeks onder het ministerie, simpelweg omdat hun budget te groot is om via een fonds te lopen. De rest, van toneel tot dans en muziektheater, verhuist naar de fondsen. Een gevestigd gezelschap waarvan de omvang en de werkwijze passen, kan acht jaar subsidie krijgen. Dat geeft rust om te programmeren, om mensen vast te houden en om verder vooruit te kijken dan het volgende seizoen.

Voor de individuele maker verandert het adres het minst, want die vraagt al bij de fondsen aan. Letschert belooft naast de lange subsidies “kortere en flexibelere” financiering voor vernieuwing, en noemt eerlijke beloning een groeiend thema. Daar zit meteen de spanning. De fondsen zien al jaren meer aanvragers, en er komt geen geld bij. Leggen de achtjarige subsidies straks een groot deel van de pot vast, dan blijft er minder over voor projecten, voor jong talent en voor de maker die nog moet doorbreken.

De lijn is daarmee tamelijk helder. Wie groot en gevestigd is, wint zekerheid of houdt de directe lijn met Den Haag. Wie klein is, een vrije maker, een jong collectief, een regionaal initiatief, een amateurgezelschap dat professionaliseert, leunt op de flexibele ruimte die overblijft en op de aandacht die de nieuwe, grotere fondsen voor de randen van het veld weten te houden.

De kansen zijn echt. Minder papierwerk, langere adem, minder toetsingscriteria: voor wie subsidie krijgt scheelt dat een hoop tijd die nu naar verantwoording gaat. De minister wil de politiek bovendien op afstand houden van het artistieke oordeel, wat de vrijheid van makers beschermt. En de aandacht voor spreiding is meer dan een formule, want voor het eerst ligt er onderzoek dat zwart op wit laat zien waar het aanbod dun is.

De risico’s zijn even concreet. Een bestel eenvoudiger noemen zonder er geld bij te doen, komt neer op dezelfde pot anders verdelen. Kunsten ’92 vatte het bondig samen: “Met alleen een nieuwe plattegrond krijgen we er geen kamer bij.” De acht jaar zekerheid heeft bovendien een voorbehoud, want ook een lopende subsidie kan omlaag als de begroting daartoe dwingt. En hoe groter en machtiger de fondsen worden, hoe groter de kans dat losse disciplines, cross-overvormen en kleine spelers erin ondersneeuwen. Ondertussen weet niemand tot medio 2027 precies waar en onder welke voorwaarden straks wordt aangevraagd. Die onzekerheid drukt het zwaarst op wie er het minst tegen kan: de kleine organisatie en de maker zonder buffer.

De plannen staan nog niet vast, tot medio 2027 valt er aan te schuiven. Juist daarom is dit het moment om je stem te laten horen. Ik ben benieuwd waar jij staat.

  1. Maakt een bestel zonder extra geld de podiumkunst echt eenvoudiger en sterker, of verschuift de minister vooral de tekorten?
  2. Zijn grotere, sterkere fondsen goed nieuws voor jouw werk, of vrees je dat jouw discipline erin verdwijnt?
  3. Is acht jaar subsidie vooral rust voor wie al binnen is, of ook ruimte voor wie nog moet doorbreken?
  4. Gaat de nieuwe aandacht voor de regio echt verschil maken buiten de Randstad, of blijft het bij goede bedoelingen?

Laat hieronder weten welk antwoord voor jou het zwaarst weegt, en waarom. Ik verzamel de reacties en neem de scherpste mee in een vervolg.

Bronnen

Leer improviseren, kruip in de huid van een ander en maak samen een lekker gek toneelstuk. Of help gezellig mee als vrijwilliger. Dit seizoen duiken we met Freija Poll in het thema tekorten in onderwijs en kinderopvang. Klinkt serieus? Geen zorgen: wij maken er iets doldwaas en leuks van! 😄

Iedereen is welkom (van 12 jaar oud tot 80) ook als je nog nooit toneel hebt gespeeld of liever achter de schermen helpt. Ook is het mogelijk om alleen muziek te maken/dansen of op andere creatieve wijze bij te dragen. We werken graag samen!

KOSTEN

3 proeflessen = helemaal gratis!

Daarna: €5 per repetitie of €2,50 als €5 lastig is.

💚 Geld mag geen drempel zijn. Hier kan je altijd over mailen!

Locatie en tijd:

Locatie: Het Nutgebouw bij Lokaal-O (Burg. Penstraat 6, 3741 AH Baarn )

Tijd: woensdag avond van 19:00-21:00

Start: Oktober/november 2026

Wil je mee doen?

Mail: kunstrivieren@gmail.com

Website: https://fep-producties.nl /de-baarnse-bende/

11 oktober 2026, 15:00 – 17:00 uur, Annatheater, Helmond
“In het Spanje van de jaren dertig bewaakt de autoritaire weduwe Bernarda Alba met harde hand de reputatie van haar gezin, terwijl onder haar vijf dochters spanningen, verlangens en rivaliteit oplopen tot een onvermijdelijke escalatie.”

Met deze tekst in het achterhoofd ging ik naar het Annatheater in Helmond. Het klonk me wat stoffig in de oren, maar ik ging zo neutraal mogelijk de zaal in. Deze werd zeer enthousiast geopend met de woorden: “Ik wens jullie een hele prettige voorstelling!” Vol verwachting ging ik op de achterste rij zitten; ik wilde alles graag goed kunnen overzien. Ondanks dat er vooraf problemen bleken te zijn met de audio was er tijdens de voorstelling niets van te merken, integendeel. Het klonk gesmeerd! Na de ‘huishoudelijke mededelingen’, een verwijzing naar de socials en het gastenboek én een kleine stoelendans onder een aantal toeschouwers kon de voorstelling dan beginnen. Volgens mij was het uitverkocht. Ook omdat er iemand zei: “Het is afgelaaien vol!”

“Ssst, het begint..”

In een mooi decor begint het verhaal. Het is de dag dat de vader van de dochters wordt begraven, of in ieder geval de man van de vrouw des huizes. Er zal een periode van

rouw aanbreken, waarin iedereen compleet in het zwart gekleed gaat. De twee werksters in het huis dragen geen zwart, en dat maakt de rolverdeling in de meeste letterlijke zin van het woord gedurende het hele stuk direct duidelijk. Moeder en dochters in het zwart. Werksters en andere karakters in kleur. Er breekt niet alleen een periode aan van rouw, maar ook van onzekerheid, jaloezie, verliefdheid, hoop,.. en angst. Angst voor de kerk en God, maar ook voor de afkeurende strenge moeder en angst voor mannen. Alle mannen. En toch is het heilige doel om het huis te kunnen verlaten: trouwen met een man. Hoe walgelijk ook, maar thuisblijven bij een denigrerende onredelijke moeder die je haat tot in je haarvezels is geen optie.
Zelfs de gekke oma die in huis woont, wenst en droomt maar van één ding. Trouwen. Het huis verlaten en naar de zee vertrekken. Zelfs de stalknecht die een bastaardzoon van één van de dochters blijkt, wil het huis verlaten.

“Een huwelijk is vaker ongelukkig dan gelukkig.” Met deze uitspraak wordt wat mij betreft direct een link gelegd naar het heden. Zoveel is er in al die jaren niet veranderd, denk ik enigszins sarcastisch met een glimlach op m’n gezicht. Het verhaal gaat verder; we zijn nog steeds op de dag van de uitvaart en we naderen de dag waarop één van de dochters gaat trouwen. Met een man die een affaire heeft met een andere dochter. Een derde dochter is oprecht verliefd op.. juist..je raadt het al diezelfde man.. Er komt een cocktail aan emoties voorbij die werkelijk prachtig worden uitgespeeld. Trots. Respect. Boosheid, woede, liefde, haat. Rouw. Rauw. Het leven is hard en al helemaal in dié tijd. Intriges, schandalen en geheimen; welke familie kent het niet.
Als twee dochters hun manzieke moeder en het ouderlijk huis daadwerkelijk willen gaan verlaten, lopen de spanningen hoog op. Gaan ze dat echt doen? En gaan ze samen of gaan er nog meer weg bij deze tiran van een vrouw. Een bittere weduwe, die absoluut niet bereid lijkt te breken of een greintje sympathie te tonen. Tot het einde toe verdedigt zij haar stugge overtuigende standpunt in het leven, ja zelfs met een jachtgeweer. De gespannen sfeer is voelbaar.

Zelfs de gekke oma met een knuffeldiertje kan de weduwe niet op andere gedachten brengen. Het levert overigens wel een heel mooie scene op, aandoenlijk. De zaal leeft mee. Iedereen slaakt zachtjes een zucht van verlichting:  “Aaahw….”
Het verhaal is heel serieus, maar wat zat er mooie humor in. Soms heel klein of subtiel, maar het werd steevast opgepikt door het publiek. Er werd geregeld gegniffeld, gegrinnikt of voluit gelachen. Een mix van sarcasme en gewoon droge humor; ja ook dat was de jaren ’30. In die tijd was het immers eveneens lastig een wijnfles te ontkurken terwijl je die met een draaidop moest openen, hahaha. Grappig hoe dit stukje werd vertolkt! Hou dit tegen het licht van de hedendaagse tijd en je krijgt vanzelf een absurdistische komische speling van woordkeuze, mimiek en onheilspellende situaties.

Bijna alle karakters hadden wel een eigenaardige eigenschap. Een opgetrokken schouder, een slepende voet .. En hoe knap dat ze dit de gehele voorstelling consequent volhielden! Details werden groot uitgespeeld en grote emoties zaten juist in kleine gebaren. Grandioos!
Het slotapplaus duurde heel lang. De aansluitende staande ovatie duurde nog eens extra lang omdat dit de laatste voorstelling in de rij was. Hulde aan alle gepassioneerde spelers! Bloemen, buiging, en een weggepinkt traantje rondden het geheel perfect af.
Of ik nog eens terugkeer naar dit theater? Absoluut! En had ik al vermeld dat dit een jeugdtheatergroep was? Je zou het bijna vergeten.

Bijgevoegd: twee eigen foto’s en de kop van de flyer.

spel

tekst ..Federico Garcia Lorca
bewerking ..Fleur van den Heuvel
regie ..Lavínia Freitas Vale Germano
regieassistent ..Amber de Natris
scenografie ..Vincent van Ojen
Choreografie en bewegingsadviezen ..Marcelo Ferreira
Stagefight ..Timothy Flohr
Zang compositie ..Irene Sorozabal
Zangbegeleiding ..Irene Sorozabal en Amber Nelissen
grafische vormgeving ..Architectenbureau De Twee Snoeken, ’s Hertogenbosch
kostuums ..Birgit Romijn, Corry Smolders, Marlies Magermans, Vincent van Ojen
techniek ..technici Annatheater
productie ..Kim van Zwietering
publiciteit ..Lisa van Dam

Zet de agenda van Theaternetwerk met een paar tikken op je startscherm. En de agenda zelf is ook flink vernieuwd.

Wat speelt er vanavond bij jou in de buurt? Die vraag beantwoord je vanaf nu nog sneller. Je kunt de agenda van Theaternetwerk namelijk als app op je telefoon zetten. Je hoeft daarvoor niets te downloaden uit een app store. Je zet de website op je startscherm, en vanaf dat moment opent hij als een echte app: snel, zonder adresbalk, en altijd met het nieuwste aanbod.

Zo zet je de agenda op je telefoon

Android (Chrome)

  1. Ga naar theaternetwerk.nl/voorstellingen.
  2. Na een paar seconden vraagt de site of je de agenda wilt installeren. Tik op Installeren.
  3. Komt die vraag niet? Tik rechtsboven op de drie puntjes en kies App installeren of Toevoegen aan startscherm.

iPhone (Safari)

  1. Open theaternetwerk.nl/voorstellingen in Safari. Dit werkt alleen in Safari, niet in Chrome op de iPhone.
  2. Tik onderin op de deelknop: het vierkantje met het pijltje omhoog.
  3. Kies Zet op beginscherm en tik op Voeg toe.

Je vindt Theaternetwerk daarna tussen je andere apps, herkenbaar aan het rode logo.

Een vernieuwde agenda

Ook de agenda zelf hebben we flink onder handen genomen:

Loop je ergens tegenaan?

De nieuwe agenda is net live, en ongetwijfeld zitten er nog dingen in die beter kunnen. Werkt iets niet zoals je verwacht, of mis je iets? Laat het ons weten via onze contactpagina. Vertel er even bij welke telefoon en browser je gebruikt, dan kunnen we het snel oplossen.

Er komt meer aan

Dit is pas het begin. De komende tijd voeren we nog meer verbeteringen door. Zo krijgen ook de pagina’s met blogs, leden, groepen en locaties dezelfde handige zoek- en filtermogelijkheden. Houd de site in de gaten, of beter nog: zet hem nu op je startscherm.

Met een overvolle schatkist aan songs opgebouwd gedurende een indrukwekkende carrière van inmiddels bijna zestig jaar, staat Robert Jan Stips voor de lastige taak om repertoirekeuzes te maken. In de voorstelling ‘Muzieknomaden’, waarin hij het podium deelt met violiste Marieke Brokamp, slaagt de toetsenvirtuoos daar glansrijk in. Het resultaat is een dynamische dwarsdoorsnede van zijn veelzijdige oeuvre, aangevuld met verrassende bewerkingen van klassieke meesterwerken.

Robert Jan is niet iemand die enorm op de voorgrond treedt en alle aandacht naar zich toetrekt, integendeel. Hij laat liever de muziek spreken dan dat hij zelf de spotlights opeist. Toch is zijn stempel op de Nederlandse popgeschiedenis onmiskenbaar. Als drijvende kracht achter of waardevol lid van iconische formaties als Supersister, The Nits, Golden Earring, Transister en Sweet d’Buster omvat zijn catalogus zo’n 300 werken uit diverse decennia en in vele stijlen. Wie ‘Muzieknomaden’ bezoekt, reist langs talloze herkenningspunten, al draait deze avond om véél meer dan een nostalgische ‘Best of’. Het is het avontuurlijke, het vertellende en het net even anders doen in de muziek wat telt. Een zoektocht vol verhalen. Met doordachte, vaak komische en soms aangrijpende anekdotes introduceert Stips zijn stukken, waardoor de composities kleur, diepgang en tijdgeest meekrijgen. Soms aangrijpend en actueel zoals bij het nummer Sunrise At Midnight naar aanleiding van de documentaire Deathrow. Dan weer informatief, bijvoorbeeld om te horen dat SuperSister als eerste band muziek naar de schouwburg bracht. Nog zeer ongebruikelijk voor die tijd.

Muzikaal laat Stips zich lastig in een hokje plaatsen — “van de hak op de tak”, noemt hij de programmering zelf relativerend. Klassieke invloeden, vanuit zijn conservatorium jaren, vloeien naadloos samen met speelse jazz accenten en de complexe dynamiek van de progrock. Het levert een uniek geluid op dat voortdurend de aandacht vast weet te houden. Dat speelse ontdekkingselement geeft de 76-jarige muzikant overduidelijk de energie om met enthousiasme te blijven vernieuwen en creëren.

Het samenspel tussen Stips en Brokamp is prachtig in zijn eenvoud en precisie. In de kwetsbare bezetting van een als akoestisch piano klinkende Kurzweil-synthesizer en viool is naadloze muzikale communicatie vereist. Brokamp weet met haar vioolpartijen als een wendbare tweede zangstem te fungeren, wat de arrangementen een magische gelaagdheid geeft. De muzikale chemie binnen dit duo, een samenwerking die inmiddels teruggaat tot 2014, klinkt in elk stuk door.

Naast het onmiskenbare instrumentale meesterschap vormt ook de zang een belangrijk element. Stips neemt het leeuwendeel voor zijn rekening. Een enkele keer misschien voor sommige mensen wat te cabaretesk of studentikoos, maar altijd tekstueel interessant, grappig of aangrijpend. Een verrassing is de incidentele vocale bijdrage, hoe onverwacht, van violiste Marieke. Met als hoogtepunt een prachtige uitvoering van het bekende Nits nummer Adieu, Sweet Bahnhof.

In de sfeervolle setting van het Delftse HAL015 Podium bewezen deze twee echte muzieknomaden dat ware klasse niet groots en meeslepend hoeft te zijn. Een absolute aanrader voor de fijnproever die muziek en vooral de Nederlandse muziekgeschiedenis een warm hart toedraagt.

 

Setlist:

Pauze

Toegift

door Louise van der Zee

Theatergroep Toetssteen presenteert: Dolle Mina. Wie was Dolle Mina, oftewel Wilhelmina Drucker en waar stond zij voor? Waarom staat zij minder vaak in de geschiedenisboekjes dan Aletta Jacobs, die onlangs ook een eigen musical heeft gekregen? Hoe komt het zo dat vrouwen sinds het eind van de jaren ’60 zo door deze feministe uit de eerste golf geïnspireerd werden dat zij een feministische groep en beweging naar haar noemden? En waarom is haar strijd voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen actueler dan ooit? In deze tragikomische musical zoeken vier actrices antwoorden op deze vragen. Een indrukwekkend theaterstuk dat je gewoon móet gaan zien!

Zelfs voor wie doorgaans geen enkele interesse heeft in feminisme is het stuk een aanrader. De actrices -Jeninke de Jong, Zosha de Rond, Carlijn Droppert en Eva Kievit- spelen de sterren van de hemel. Ze zetten niet alleen overtuigend hun personage neer, ze brengen grappen met perfecte timing, zingen en dansen professioneel en brengen ontroering over met een intieme, beklemmende stiltes. Het verhaal -geschreven door Erris van Ginkel en Roos Schlikker- zit goed in elkaar. Het lukt de schrijvers om snel tussen vroeger en nu te schakelen op een manier die voor de kijker acceptabel is. Een tipje van de sluier: Wilhelmina Drucker is een personage dat een rol speelt in de gedachtewereld van een hedendaagse vrouw, die zich zorgen maakt om haar zoon. Is hij de manosphere in gezogen? Wat is dat eigenlijk de manosphere? En is de manosphere wel een nieuw verschijnsel? Ook de dialogen zijn puntig geschreven en slaan de spijker op de kop. Om een idee te geven: Wilhelmina Drucker zegt ‘’In mijn tijd was de manosphere geen bubbel maar mijn wereld, dat maakt mij een ervaringsdeskundige.”

In de voorstelling laten de actrices zien hoe jongens de manosphere in worden getrokken en hoe mannen daarin schaamteloos tips delen om het zelfvertrouwen en de eigenwaarde van vrouwen af te breken en om hen zo snel mogelijk onder controle te kunnen krijgen. Eigenlijk op dezelfde manier waarop pedofielen tips uitwisselen over hoe je kinderen kunt groomen en hen het gevoel te geven dat zij medeverantwoordelijk zijn voor het seksueel misbruik dat hen ten deel valt. In dat opzicht heeft het toneelstuk iets weg van een horrorshow. Het is angstaanjagend voor vrouwen die daten om naar te kijken. En ook voor ouders van jonge jongens.

Een andere verhaallijn is die van een vrouw die te maken krijgt met seksuele intimidatie op haar werk. Krijgt zij ondersteuning van haar collega en beste vriendin? Aan de hand van die geïntimideerde vrouw laten de schrijvers zien dat de manosphere ingebed is in een cultureel systeem waarbij men maar doet alsof het gewoon is dat vrouwen op het werk en thuis veel minder in te brengen hebben dan mannen en zich van alles en nog wat moeten laten welgevallen. Dat er van hen verwacht wordt dat zij ‘niet moeilijk doen’ en niet ‘overal een big deal van maken’.

Dolle Mina is een toneelstuk met een boodschap: de strijd van radicaal feministe Wilhelmina Drucker is nog lang niet gestreden. En: in deze tijd van de opkomende manosphere kunnen we een beetje Wilhelmina Drucker spirit wel gebruiken. Altijd Voorwaarts Vrouwen! is de yell van Druckers. De kracht van het stuk is dat er nergens een opgeheven vingertje is, geen moreel oordeel van mensen die zogenaamd perfect zijn en het allemaal beter weten. Het is een stuk over mensen die kwetsbaar zijn en zoekende. Over mensen die hun best doen en fouten maken. Het wapen van de schrijvers tegen de tijdsgeest is humor.

Na afloop van het stuk op zaterdag 26 september in het Theaterhuis in Amsterdam is er de mogelijkheid om vragen te stellen aan Hedy d’Ancona. Presentatrice Linda Tordoir kondigt haar aan: ‘’Hier is de oprichtster van actiegroep Man-Vrouw-Maatschappij en het tijdschrift Opzij, voormalig staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Emancipatiezaken, voormalig lid van het studentencabaret en voormalig minister van Volksgezondheid en Cultuur.  Wat een fantastische staat van dienst! Wat vond u van het stuk?” Hedy d’Ancona: ‘’Dat er niet alleen fantastisch in gezongen en geacteerd werd, maar dat de voorstelling de naadloze verbinding laat zien tussen het systeem en het persoonlijke, vroeger en nu. Want het is een systeem: iedereen doet eraan mee, en daarom is het zo moeilijk om iemand ervoor verantwoordelijk te houden. Je kunt het ook niet oplossen aan de keukentafel. Om een voorbeeld te geven: vrouwen worden 10,5% minder betaald voor hetzelfde werk dan hun mannelijke collega’s. Dat is gewoon objectief vast te stellen. Wij dachten vroeger dat als vrouwen beter opgeleid zouden zijn, ze automatisch ook beter betaald zouden worden. Want vroeger werd steeds naar voren gebracht dat vrouwen ongelijk betaald werden omdat zij lager opgeleid zijn dan mannen. Inmiddels zijn de jonge vrouwen uit de huidige generatie hoger opleid dan hun mannelijke leeftijdsgenoten, maar worden mannen toch nog 10,5% meer betaald. Dat probleem moet je aanpakken door bijvoorbeeld bedrijven te verplichten in hun jaarverslag zich te verantwoorden en te laten zien wat zij doen om die loonkloof kleiner te maken. Je kunt dat niet bij individuele vrouwen neerleggen want die gaan niet voor een paar tientjes meer een rechtszaak tegen hun werkgever beginnen. Dat kunnen ze ook niet want dat verziekt de verhoudingen.”

“Een ander punt, dat meer in het subjectieve ligt, is dat de openbare ruimte zodra het donker wordt door mannen wordt gedomineerd,” vervolgt Hedy d’Ancona. “De hele openbare ruimte zo is ingericht dat vrijwel alle vrouwen er zich ’s avonds onveilig in voelen. Maar goed, dat heeft een subjectief element,” zegt d’Ancona. Daniëlle Smaling, cultureel antropoloog met specialisatie man-vrouwverhoudingen: ‘’Dat is helemaal niet zo subjectief. Dat is ook objectief vast te stellen. Wij hebben als buurvrouwen sinds de moord op Lisa om een lamp bij de achterdeur gevraagd, zodat je kunt zien of er wel of niet iemand bij je achterdeur staat en je snel je sleutel in het slot kunt steken. Die aanvraag is al een jaar geleden gedaan. De woningbouwvereniging heeft nog steeds geen lamp opgehangen. Hoeveel vergaderingen moeten er worden gehouden om één lamp op te hangen?”

Freke Schrikkema, ontwerper Openbare Ruimte zegt: “Eerlijk gezegd ontbreekt ook bij mij regelmatig de kennis over welke ontwerpkeuzes nodig zijn om ervoor te zorgen dat mensen zich veilig voelen in de openbare ruimte. Want hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat er ‘ogen op de straat’ zijn aan de randen van een wijk? Zijn lage heesters en goede verlichting voldoende om het veiligheidsgevoel te vergroten? En wat heb je aan een groter veiligheidsgevoel als je feitelijk nog steeds niet veilig bent op straat? Juist de combinatie van bewustwording, gedragsverandering -met name bij cis heteromannen- en een goede inrichting van de publieke ruimte is essentieel om daadwerkelijk veilige plekken te creëren.” Daniëlle Smaling: ‘’Dolle Mina’s hebben sinds de jaren ’60 aandacht gevraagd voor de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte en bijvoorbeeld minder groen langs de weg maar Roel van Duin van de Groenen heeft dat destijds weggelachen. Veel punten die vrouwen ter sprake brachten zijn van tafel geveegd. Bij Atria, het kennisinstituut emancipatie en vrouwengeschiedenis kun je daar informatie over vinden.” Freke Schrikkema: ‘’Daar zal ik dan eens induiken.”

Esmée Detmers, stadsgids, pedagoog en theatermaker zegt: ‘’Als we op de politiek gaan wachten, kunnen we wachten tot we een ons wegen. Het is beter om nieuwe wegen te vinden om vrouwen veel actiever te betrekken bij het bouwen aan de grondvesten van maatschappij en de economie. Het is beter om oplossingen te zoeken in het veranderen van de economie. Je zou als familie zelfs kunnen zeggen: dit jaar vieren we de kerst heel bescheiden. Het geld dat we daarmee uitsparen, investeren we in een bedrijven die zorgen voor gelijke beloning voor mannen en vrouwen en ESG-doelstellingen willen halen.”

Ook andere vrouwen komen met oplossingen. Julia Dorenbos: ‘’Ik ben onderdeel van de huidige beweging van Dolle Mina. We leven in een tijd waarin vrouwenrechten, mensenrechten en gelijkwaardigheid opnieuw onder druk staan. Op verschillende vlakken lijken we eerder achteruit dan vooruit te gaan. Juist daarom blijft actiegroep Dolle Mina zich uitspreken tegen onrecht, onderdrukking en uitsluiting. Echte verandering begint bij solidariteit. Iedereen die zich wil inzetten voor een rechtvaardige en gelijkwaardige samenleving is welkom is om zich aan te sluiten bij de beweging en kan een actie op touw zetten.”

Julia Dorenbos vraagt verder welk advies Hedy d’Ancona heeft voor de huidige generatie Mina’s in hun strijd voor gelijkwaardigheid, emancipatie en sociale rechtvaardigheid. Hedy d’Ancona: “Maatschappelijke vooruitgang is niet vanzelfsprekend. Het gaat niet vanzelf. We hebben elkaar nodig hebben om verandering teweeg te brengen. Juist door samen op te trekken en ons te blijven uitspreken tegen onrecht, kunnen we blijven bouwen aan een samenleving waarin vrijheid, gelijkwaardigheid en mensenrechten voor iedereen gelden. Daarvoor hebben we zo veel mogelijk vrouwen en ook mannen nodig.  Ik heb nu bij de Feminist March op 1 mei gezien dat er ook mannen meelopen. Dat is natuurlijk hartstikke goed. We hebben demonstraties nodig -waaraan overigens ook mannen kunnen deelnemen want de wereld wordt voor hen ook leuker als er meer gelijkheid is tussen mannen en vrouwen- om aandacht te vragen voor het oplossen voor dit probleem.”

Daniëlle Smaling brengt naar voren dat je je bij de vakbond FNV ook cursussen kunt gaan doen, ook zonder lid te zijn, waarbij je leert je te organiseren op het werk, als vrouw of als queer persoon. Je kunt dan leren hoe je om kunt gaan met seksuele intimidatie, discriminatie en de loonkloof door netwerken in bedrijven op te zetten voor vrouwen en queer personen. Die cursussen heten bijvoorbeeld de Omstanderstraining of the Queer Academy. Je kunt je ook aansluiten bij het FNV Vrouwennetwerk als je de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt wil versterken.”

Tot slot bedankt presentatrice Linda Tordoir Hedy d’Ancona voor haar optreden die avond. Daniëlle Smaling: ‘’Bedankt trouwens ook voor alles wat je voor ons vrouwen hebt gedaan. Het was vast heel veel werk.” Hedy d’Ancona: ‘’Het was niet een en al treurigheid, hoor. Ik heb het met veel plezier gedaan. We hebben ook veel gelachen, soms ook om mannen. Dat moet ook kunnen af en toe.”

Heb je helemaal zin gekregen om de voorstelling Dolle Mina te gaan zien? Dat kan nog op 31 oktober & 25 november 2026. Kaarten kun je hier bestellen: >Dolle Mina – Theatergroep Toetssteen

Wil je je aanmelden voor de Dolle Mina’s? Dolle Mina worden? – Dolle Mina

Wil je lid worden van de FNV Word lid van de FNV – FNV

Ben je al FNV lid en wil je gratis lid worden van het FNV VrouwenNetwerk?  >Netwerk Vrouwen FNV – FNV

Wil je geen lid worden van de FNV maar wel meedoen met de Queer Academy, om te leren hoe je problemen kunt oplossen op de werkvloer en hoe je je kunt organiseren? Meld je dan via deze link https://onderzoek.fnv.nl/?a=1g5pgvngvm

 

Dan zijn we op zoek naar jou!

We hebben op dit moment een opdracht voor een theaterdocent gespecialiseerd onderwijs (zzp)
Je vervult de opdracht van 26 oktober 2026 tot en met 12 juli 2027 op een SO-school – cluster 3 – voor leerlingen met een verstandelijke beperking.

Bekijk de volledige vacaturetekst op de website van SKVR»

 

Over SKVR Onderwijs
Bij SKVR geloven we dat iedere leerling in het regulier en gespecialiseerd onderwijs recht heeft op kunstzinnige ervaringen om zo de eigen wereld te verrijken. Wij werken samen met een groot aantal scholen voor gespecialiseerd basisonderwijs in Rotterdam. We geven kunstlessen aan leerlingen van 4 tot 18 jaar met allerlei vormen van beperkingen en specifieke uitdagingen. Onze kunstlessen dragen bij aan de ontwikkeling van eigenwaarde, zelfvertrouwen en zelfredzaamheid. En aan het enthousiasme van de leerlingen.

 

 

Waar ben je naar op zoek?