Uw feedback is belangrijk

Heeft u iets gezien op de site wat niet klopt of mist u misschien een functie? Laat het ons weten via het onderstaande formulier.

Artikelen

Artikelen

Artikelen over theatermaken, interviews en andere achtergrondstukken kunnen hier gepost worden. Zelf een artikel toevoegen kan ook. Meld je aan en ga naar 'Mijn profiel'. Nieuwe artikelen worden pas live gezet als ze door een regiobeheerder zijn beoordeeld.

Interview met René Dullaart-Heijkoop

Interview met René Dullaart-Heijkoop

Een interview met René Dullaart Heijkoop
Door Nynke van Hurne


“Kijk voor je, René!” roept Mieke, de regisseuse, terwijl ze naar voren buigt op haar stoel. “Je moet contact maken, communiceren met het publiek.”. En niet alleen met het publiek. Muziektheatervoorstelling “Hou ik jou” draait zelf ook om communicatie, maar dan in een huwelijk. De repetities zijn recent gestart.

Een dag later zit René Dullaart-Heijkoop in een Rietveldstoel in zijn woonkamer. Hij draagt zwarte kleding, heeft een gulle lach en heeft lang stijl haar dat hij los draagt. De stoel lijkt te klein voor zijn lange lichaam. René is een van de acteurs/zangers van de voorstelling “Hou ik jou” en initiatiefnemer van het project.

De voorstelling is een zoektocht naar het ideale huwelijk, vermeldt de flyer. René licht het toe: “De voorstelling wordt gemaakt met een actrice/zangeres en drie acteurs/zangers, daarnaast drie achtergrondzangers en een live band bestaande uit vijf personen. Het verhaal gaat over communicatie in een relatie, óf eigenlijk het gebrek daaraan. Je wilt graag een goede echtgenoot zijn, maar wat houdt dat in? In het begin van een relatie ben je je heel bewust van je rol. Je vindt iemand leuk er ontstaat vriendschap, je maakt het iemand naar zijn zin en verleidt iemand, vervolgens ontstaat er een vaste relatie. Op den duur sluipt er vaak een vast patroon in een relatie, vanzelfsprekendheid, mogelijk zelfs sleur. En dan kan het fout gaan. Daar gaat de voorstelling over.”

Is de voorstelling een moraliserend drama? “Nee”, zegt René met een uithaal. “Er zit juist heel veel humor in de voorstelling. Ik wil mensen wel iets meegeven met de voorstelling maar door de live muziek en zang wordt het een luchtige en vermakelijke voorstelling.”

De voorstelling draait om een vrouw die een relatie heeft met drie mannen. De vrouw is al een tijd getrouwd en de relatie is niet echt sprankelend meer. Ze heeft daarnaast een goede vriend bij wie ze kan uithuilen en die haar helpt. En ze heeft een minnaar.

Mieke Lelyveld, een van de twee regisseuses, heeft het verhaal bewerkt. “Mieke heeft ervoor gezorgd dat er humor, snelheid en dynamiek in de voorstelling zit. Daarnaast heeft Mieke ook een goed gevoel voor taal”, vertelt René. Mieke is als actrice, schrijfster en regisseuse geen onbekende in de Haagse theaterscene. Ze heeft vele voorstellingen op haar naam staan waaronder een voorstelling met Hella Haasse. “Ik ben ontzettend blij dat zij de tekst onder handen heeft genomen. Los van het feit dat ze een enorm grappige en eigenzinnige vrouw is om mee te werken”, vertelt René enthousiast.

Bij de repetities, een dag eerder, krijgen de acteurs van de twee regisseuses Mieke Lelyveld en Annelies van der Bie aanwijzingen: wel of niet naar voren lopen, snel of langzaam lopen, links- of rechtsom draaien, naar wie kijk je bij die zin, wat is je blik, waar leg je de klemtoon op? Een scène, waarbij de drie mannen een verbond sluiten, wordt eindeloos herhaald. Elke keer net weer ietsje anders. Telkens kijken wat het beste werkt. Geduld is duidelijk een vereiste voor een acteur.

Vriendschap, liefde en lust

Ze staan met zijn drieën aan de bar: haar beste vriend, haar echtgenoot en haar minnaar. De man links heeft een vriendelijk lach en warme uitstraling. De man in het midden is wat ouder, grijs, heeft een buikje en kijkt zelfvoldaan. Rechts staat een lange, slanke man met een paardenstaart. “Wat heb jij dat ik niet heb?” De echtgenoot kijkt vragend naar de minnaar en vervolgt spottend: “Behalve tijd om te flemen, te vrijen en te vlijen.” Voordat de minnaar kan antwoorden, komt de vriend tussenbeiden: “Maar wanneer help jij haar met de boodschappen, met haar scriptie of problemen op het werk? Dat doe ik, haar beste vriend”, zegt hij verwijtend tegen de echtgenoot.

Het idee van het verhaal komt van René. “Het verhaal is deels autobiografisch”, vertelt hij. “Ik heb een relatie gehad waarin mijn ex-partner en ik langs elkaar heen liepen. Beiden hadden we niet het vermogen om te praten over de problemen in onze relatie. Als ik vertelde dat ik ongelukkig was, dan antwoordde hij: ‘dat is jouw probleem’. Ik wilde een goede echtgenoot zijn. De huwelijksbelofte, in goed en slechte tijden, nam ik serieus maar uiteindelijk heb ik teveel geslikt omwille van de lieve vrede. Een relatie is niet alleen geven, je mag ook nemen, het mag ook om jezelf draaien.”

Daarnaast vertelt René dat hem opviel dat in veel theatervoorstellingen een man meerdere relaties heeft maar het omgekeerde minder vaak voor komt. “En dat wilde ik met deze voorstelling rechtzetten”, zegt hij resoluut. “Vandaar het idee van een vrouw die drie mannen wil.”

Is de oplossing voor een goed huwelijk dan om naast je echtgenoot, een goede vriend en een minnaar te hebben? René is van mening dat iedereen alle drie de persoonlijkheden in zich heeft. “Ervaringen, zoals plezier of tegenslagen, deel je met je echtgenoot, je zorgt voor elkaar en je deelt praktische zaken zoals een huishouden. Daarnaast wil je met je partner kunnen praten over wat je bezighoudt, hoe je je voelt en wat je dromen zijn. En weer op andere momenten wil je romantiek, intimiteit, seks, lust, geil zijn.” Rene voegt er aan toe: “Niet bij iedereen zijn deze drie-eenheden even goed ontwikkelt maar je ervan bewust zijn, is stap één.”

De dag daarvoor. De vier acteurs/zangers zetten duidelijk een knop om zodra ze een scène gaan spelen. Was er tijdens de vergadering voor de repetitie nog enige wrijving over het repetitieschema - de een wil via een e-mail weten als hij een uurtje later kan beginnen, de ander via een sms, weer een ander via een telefoontje -, zodra de acteurs een scène met elkaar spelen, ontstaat er een bepaalde chemie tussen hen. Er is overtuiging, overgave en emotie.

Achterstallig huwelijksonderhoud

Met volle tassen in beide handen komt de vrouw vol energie de kamer binnenstormen en roept enthousiast: “Zullen we vanavond gaan dansen, naar de kroeg, uiteten gaan? Of... of met de nachtboot naar Liverpool?” Haar echtgenoot fronst zijn wenkbrauwen en herhaalt vol verbazing: “Met de nachtboot naar Liverpool?” “Ja”, roept ze opgetogen en vervolgt “Laten we eens gek doen, iets spannends.” Haar echtgenoot gaat duidelijk niet mee in haar enthousiasme en ze verzucht: “Vroeger bedacht je altijd onverwachte dingen. Kwam je thuis met kaartjes voor een concert waar ik al heel lang naartoe wilde. Nu kom je thuis en wil je alleen maar de krant lezen.” De echtgenoot raakt geïrriteerd. Terwijl zij nieuw aangekochte tijdschriften uit haar tassen haalt, verwijt hij haar: “Wat jij zoekt is een minnaar, een lover, een geliefde. Jij leest teveel van die vrouwenbladen. Het leven is nu eenmaal geen romannetje.”

In de voorstelling “Hou ik jou” wordt veel gezongen. Zanger en vocal coach Marc Drost heeft de muziek gecomponeerd en de liedjes geschreven. “In de voorstelling komen verschillende muziekstijlen voor. Marc zet daarmee gevarieerde en wisselende sferen neer die toch een bepaalde eigenheid hebben”, vertelt René.

Is het niet vaak zo, dat bij een voorstelling waarbij een acteur ook moet kunnen zingen, hij of zij eigenlijk maar een van de twee echt goed kan? René is het daar niet mee eens. “Alle vier hebben we ruime ervaring in acteren en zingen. Bij de audities was dat uiteraard een belangrijke vereiste en dat heeft goed uitgepakt. Er is wel wat verschil in ervaring door het leeftijdsverschil maar de kwaliteit is daar niet minder door.”

Hoewel de acteurs/zangers niet betaald krijgen, neemt René met dit project een financieel risico. Hij heeft enkele kleine subsidies toegezegd gekregen maar niet genoeg om de kosten als de huur van het theater, het decor, de kleding, het drukwerk van te kunnen betalen. Waarom neemt iemand zo’n risico? “Het gaat mij om het feit dat ik mijn droom wil waarmaken.” René werkt als manager in de zorg. Al jaren speelt hij, naast zijn baan, in theatervoorstellingen en treedt hij op als zanger. Een eigen voorstelling maken, van begin tot eind, was zijn droom. Hij ging een dag minder werken en richtte Stichting In-Cognatio op. “Voor het realiseren van mijn droom heb ik veel mensen nodig en het is fantastisch om het enthousiasme en plezier te zien bij al die mensen die aan dit project meewerken”, vertelt René.

Maar waar komt die drang vandaan? “Het is heel dubbel”, zegt René. “Bij elke optreden of voortelling die ik heb gedaan, vraag ik me twee minuten van te voren af, waarom doe ik mezelf dit aan? Ik ben zenuwachtig en onzeker. Maar het applaus na afloop is het ultieme cadeau. Ik voel toch de drang om die uitdaging aan te gaan en te laten zien dat ik het kan. Met deze voorstelling is hetzelfde aan de hand. In het begin dacht ik, dit kan ik niet. Deels ook de calvinist in mij die nederigheid eist. Maar ik voel direct daarna de drang om het onmogelijke mogelijk te maken.”

Gaat de voorstelling worden zoals René had verwacht? “We hebben een lange aanloopperiode gehad. Uiteindelijk heeft Mieke mijn idee van het verhaal helemaal bewerkt en ik kan me er helemaal in vinden. Ook met de professionele liedjes en regie ben ik heel gelukkig. Nu we met repeteren zijn gestart, kan ik met overtuiging zeggen dat de acteurs Raquel Abrahams, Willem van Dinteren, Piet van der Pas en ik, het amateurniveau gaan ontstijgen. Daar ben ik van overtuigd.”

Lees meer 04 april 2012 door René Dullaart-Heijkoop (0 reacties)
Delft Fringe 2012 - theater waar je het niet verwacht

Delft Fringe 2012 - theater waar je het niet verwacht

 

Delft Fringe heeft de ambitie binnen enkele jaren het grootste amateurfestival van Nederland te zijn. Delft Fringe staat voor ‘theater waar je het niet verwacht’. Dit jaar van 24 t/m 27 mei.

Theater in een atelier, cafés, kantoor, kunstsuper en tientallen andere, onverwachte
locaties. Dik 60 acts, van kleinkunst tot singer-songwriter, van clowns tot toneel.

Theaterfestival Delft Fringe biedt vier dagen lang een prachtpodium voor experiment,
voorstellingen en verrijkende workshops. Gratis voor podiumkunstenaars en publiek.
Steun Delft Fringe en wordt virend voor € 25 of doneer meer en ontvang een mooi cadeau:

1. 100 euro : Fringe verrassingspakket
2. 250 euro : diner tijdens Delft Fringe + vermelding drukwerk en site
3. 500 euro : privéconcert singer-songwriter + vermelding drukwerk en site

Aanmelden als vriend of sponsor, kan via de website www.delftfringe.nl

Delft Fringe werkt in 2012 samen met Theater de Veste, dat van 23 t/m 26 mei Delfts
Rood organiseert (www.festivaldelftsrood.nl). Samen maken we van Delft een bruisend
theaterfeest en dat betekent veel volk in de stad.

Tot Fringe!

Sylvia Bos
Projectleider Delft Fringe
www.delftfringe.nl

Lees meer 13 maart 2012 door Theaternetwerk (0 reacties)
Delfts Dialogenfestival 2012 gaat naar 1 avond

Delfts Dialogenfestival 2012 gaat naar 1 avond

De twee voorrondes van het Delfts Dialogen Festival gaan door minder inschrijvingen niet door. Alleen de finale op zaterdag 31 maart 2012 vindt doorgang.

Kaarten zijn nog te koop via www.deflits.nl

Lees meer 12 maart 2012 door Toneelvereniging de Flits (0 reacties)
Theaterboek DE NIEUWEN

Theaterboek DE NIEUWEN

In de serie De Nieuwen geven we werk uit van debuterende toneelschrijvers. Elk jaar geeft Theaterboek teksten uit van de afgestudeerden van dat jaar van de HKU - Writing for Performance, de enige voltijd hbo-studie tot dramaschrijver in Nederland.
Deze teksten zijn geschreven in opdracht van Theaterboek in het laatste jaar van de opleiding als afstudeeropdracht.
De scèneboeken in de serie DE NIEUWEN geven inmiddels een interessant overzicht van de nieuwste generaties toneelschrijvers in Nederland.

http://www.theaterboek.nl/paginas/boeken/denieuwen.html

Een voorbeeld van een bundel uit DE NIEUWEN:

IK KLEUR NIET GOED
Scènes van een nieuwe generatie toneelschrijvers

Rik van den Bos, Jannemieke Caspers, Marije Korthof, Maud Lazaroms, Sarah Oortgijs, Jorrit van der Post, Anna Maria Versloot, Lucas de Waard

We passen niet meer in onze huizen.
We gaan de straten op. Het begint bij het vuilnis, bij de regen en de plantjes waarvan we de naam niet weten. Het begint bij de fietsen en later de auto’s.
Alles kan in brand.
We sluiten de zon buiten. We laten de regen binnen. We blussen onze eigen smeulende bergen en planten er vlaggen op.
Jullie snappen er niks van en dat hoeft ook niet.
Er valt niks te snappen.
Het hoeft niet kapot.
Maar het kan.
Het hoeft niet in brand.
Maar het kan.
We zitten onder de grond. We rammen onze vuisten door het wegdek. We steken het leven aan met sigaretten en gieten onze laatste drank er overheen.
Het maakt niks uit.
We passen niet meer in onze huizen.
We passen niet meer in ons hoofd. Het maakt niks uit.

(Uit: Wij passen niet meer in onze huizen, Lucas de Waard)

128 pagina`s
reeks De Nieuwen
lichting 2008
ISBN/EAN: 978-90-78644-06-4
€ 10,-

Lees meer 12 maart 2012 door Jannemieke Caspers (0 reacties)

Argumentatie van Zijlstra

In mijn paper onderzoek ik de argumentatie van Halbe Zijlstra in zijn cultuurnota van 2011. Waarom zijn zijn argumenten overtuigend, of juist niet? Hoe probeert hij ons te overtuigen van zijn standpunt?

In deze paper probeer ik door middel van argumentation studies te bewijzen dat Zijlstra statements waar iedereen het mee eens is inzet als argumentatie, om zo ons te overtuigen dat zijn maatregelen de juiste zijn.

 

1 Introduction

In this paper I would like to take a closer look at the ‘cultuurnota’ written by Halbe Zijlstra the current Dutch State Secretary for education, culture and science. Zijlstra wrote his ‘cultuurnota’: “Meer dan kwaliteit” (more than quality) in June 2011. While reading the ‘cultuurnota’ of Zijlstra I thought he was arguing his standpoint pretty well. But afterwards I read the ‘cultuurnota’ by Ronald Plasterk (2007), and I started to see flaws in Zijlstra's ‘cultuurnota’. This triggered me to take a closer look at Zijlstra's strategic manoevring and hopefully find the rhetorical technique he uses to make his text more convincing.
To find the strategic manoevring I will use a pragma-dialectical approach developed by van Eemeren and Grootendorst. In strategic manoevring the arguer uses a dialectical and rhetorical aim simultaneously. First I will look at the argumentation structure from a dialectical point of view and secondly from a rhetorical point of view. Because he developed the pragma-dialectical approach, I will use two theories developed by van Eemeren. By first looking at the representation of the argumentation structure according to the theory in: Argumentation, by van Eemeren, Grootendorst and Snoeck Henkemans (Eemeren, Grootendorst, Snoeck Henkemans. Argumentation, 2002.), I will point out the most interesting parts of the argumentation scheme Zijlstra uses. Then I can use these interesting parts of the argumentation structure analysis of Zijlstra's strategic manoevring using the theory: Strategic manoevring in Argumentative Discourse, by van Eemeren (Eemeren. Strategic manoevring, 2010.)
Van Eemeren points out three aspects of strategic manoevring you can consider while studying strategic manoevring (Eemeren. Strategic manoevring: 93.). These aspects are the topical selection, the adaption to audience demand and the presentational choices. I will only study the text, so I'm not familiar with the audience reaction or the presentational choices. That’s why the most interesting mode of strategic manoevring at issue for me is the topical selection.
I will describe what I understand to be topical selection and how Zijlstra uses this, considering the interesting parts of his argumentation structure. By pointing out how Zijlstra uses topical selection, Zijlstra's strategic manoevring to convince the audience of his standpoint will be clear. My hypothesis is that Zijlstra’s text is not convincing because of his arguments, but because of his strategic manoevring. That would explain why his text seemed convincing to me at first, but appeared to contain many flaws when I took a closer look.
In short, I will first look at the argumentation structure from a dialectical point of view according to the theory of van Eemeren (Eemeren, Grootendorst, Snoeck Henkemans. Argumentation: 63.) and discuss the most interesting parts of Zijlstra's argumentation structure. Then I will look at the topical selection Zijlstra uses and see how this works to make the text more convincing. In the conclusion I will answer the main question: How does Zijlstra make use of strategic manoevring when dealing with topical selection to make his text more convincing?

2 Argumentation scheme

In 2011 the State Secretary of Education, Culture and Science Halbe Zijlstra wrote a ‘cultuurnota’ about the cultural policy. He argues that culture is something that should stand on its own and should not depend on the subsidies of the government. He states that the government is too much of a moneylender and that culture should be able to exit independently. The society and businesses should invest more in culture, not the government. That's why Zijlstra would like to cut back the budget on culture, to force the cultural industry to be more independent and provide for their own income, instead of depending on government subsidy.
Zijlstra writes about the cultural policy on different levels. The arguments he uses are not only about cutting back the budget, but also about the role of the government in the cultural industry and the way the government should spend the money they invest in the cultural industry. He uses multiple argumentation divided into coordinative and subordinative argumentation to support his standpoint.  (Eemeren, Grootendorst, Snoeck Henkemans. Argumentation: 64.) The most interesting argument Zijlstra uses is that the cultural industry is an economic power that can survive on its own. He says that the creative sector is growing faster than the rest of the economy and that creativity is becoming more and more important for other economic sectors. He also says that culture is important for a flourishing tourist branch. Tourism is growing worldwide according to Zijlstra.
Zijlstra uses a symptomatic argumentation scheme in this case. Growing faster than other economic sectors is a symptom of being an economic power. He also states that creativity is becoming more and more important for other sectors, for instance tourism. But the question this raises with me is: If culture is important for other sectors, why should the budget of culture be cut? Wouldn't that result in a negative influence on other businesses? Is it so that if a sector is booming and considered to be an economic power, this automatically makes it an independent sector that can survive on its own? Couldn't the fast growth of the cultural business be a consequence of subsidies of the government? Zijlstra’s argument on this point in the argumentation stage only raises more questions with me. The same thing happens when Zijlstra is talking about the importance of culture.
Zijlstra’s standpoint is to cut the budget for subsidies for the cultural industry. His main argument is that the cultural industry should be more independent than depending on the subsidy provided by the government. As a reason why the cultural industry should be able to survive on its own, Zijlstra argues that culture is important for personal development. As an example he states that the world is getting more international and this globalization is mirrored in our culture. The cultural baggage of an individual states how an individual can be part of the worldwide globalization. Culture is a natural part of our lives and mirrors the way we see the world. In short, Zijlstra says that culture is a natural and important part of our lives, especially in this time of globalization. My problem here is that I do not see the  relationship between the importance of culture and its ability to stand on its own. But Zijlstra still uses it as an argument, though it is not a very clear argument in relation to his standpoint. The arguments he chooses are not the strongest ones and make me wonder why he chose these arguments.
To answer this question it is interesting to look at the sequence of his arguments. Zijlstra starts his argumentation with the importance of culture and ends with the conclusion that culture has always been part of our lives. After this he argues that culture is an economic power. From these statements, Zijlstra concludes that a radical change should take place in the cultural policy of our government. Worldwide globalization and the more individualizing society are causes for a necessity of a radical change in our cultural policy. Then he talks about problems in the cultural industry which were stated before, and says he will be the first to do something about it. And finally he says that the new Cabinet has a future vision considering our cultural policy. 
Zijlstra starts with the argument : Culture is important. This argument does not have a clear relation with his standpoint. The obvious question raised when using this argument is: “Why cut the budget of something that is this important?” Next Zijlstra talks about the economic power of culture, This argument is, as discussed before, again not one of his strongest arguments. From these first two arguments that lack in persuasion Zijlstra continues with a conclusion drawn from these arguments to change the current policy of subsidizing culture. He incorporated parts of these first two arguments to state the third argument.
Then Zijlstra starts with problems within the cultural industry. When talking about these problems, Zijlstra uses research on culture, which was asked for by earlier Cabinets and concludes that the problems found in this research have still not been solved. His argument is that the new Cabinet is going to solve these problems, suggesting that other Cabinets didn't solve these problems. To conclude, Zijlstra states that this Cabinet looks at the future. Hereby he suggests that this is a new way to look at politics and that earlier Cabinets didn’t plan ahead. According to the theory of van Eemeren, Grootendorst and Snoeck Henkemans, these last two arguments are attributing a fictitious standpoint to other Cabinets. This is a violation of rule 3 in the rules for a critical discussion, developed by van Eemeren en Grootendorst (Eemeren, Grootendorst, Snoeck Henkemans. Argumentation: 184.). Zijlstra is empathically putting forward an opposing standpoint, which suggests that other Cabinets had different standpoints.
It is interesting to see that Zijlstra uses arguments that do not comply with the rules for a critical discussion. This is, to say the least, strange as these rules are guidelines to make an argument as strong as possible, with the least chance of inviting criticism. The choice to break with these rules must have a rhetorical function. Also his choice to start with two arguments that do not clearly relate to the standpoint and use these arguments to state another argument is peculiar. This makes his argumentation weak. I think the reasons for these decisions can be found in a rhetorical analysis. Therefore, the following part of my essay will have a closer look at the strategic manoevring of Zijlstra.

3 Strategic manoevring and the topical selection

In his theory van Eemeren points out four different stages in a discussion (Eemeren. Strategic manoevring: 46.). He points out three categories in which strategic manoevring can manifest itself and comes up with four parameters that must be considered to trace the function of argumentative moves:

“The parameters that must be considered in every stage of strategic manoevring for determining the strategic function of the argumentative moves that are made can be identified by taking account of the following factors in the analysis (van Eemeren & Houtlosser, 2009):
1. The results that can be achieved by making the moves concerned;
2. The routes that can be taken to achieve these results;
3. The constraints imposed on the discourse by the institutional context;
4. The commitments of the parties defending the argumentative situation.” (Eemeren. Strategic manoevring: 163)

“The four factors just discussed allow for taking account of a finite set of considerations of argumentative discourse. When taken together, the results of the considerations concerning each of these parameters constitute a useful basis for getting to the strategic function of various modes of manoevring (…) As a matter of course, the analysis starts from the way in which the strategic manoevring manifests itself in the discourse (…).” (Eemeren. Strategic manoevring: 164)

Byapplying the four parameters described above, I will be able to trace the strategic function of a choice Zijlstra makes in his argumentation. The discourses in which the strategic manoevring can manifest itself are: Topical selection, adaptation to audience demand and presentational choices.
Topical selection is the choice made from the available topical potential. It is about the viewpoint, angle or perspective the arguer chooses or the argumentative move he makes in strategic manoevring. There are several topical options that an arguer can choose from, this is the topical potential the arguer has. The topical options can be seen as pointers to certain means the arguer can use to solve a problem of choice he is confronted with at a specific point in the argumentation. The topical potential, according to van Eemeren, is the aggregate of options for manoevring strategically that are available at a specific point in the argumentation. The choice of topic the arguer makes reflects his perspective, angle or point of view regarding the basic assumptions prevailing in the part of the argumentation. The topical selection in the argumentation stage is about the reasonable and effective choice of arguments and criticisms. (Eemeren. Strategic manoevring: 96)
The adaptation of the audience demand is about influencing the audience and getting the audience on your side. The author can intend to influence the audience, but since I cannot see the reaction of the audience it will be hard to tell if it works or not. Without seeing the audience's reaction it is hard to say which part of the text influences the audience and why. I could only speculate about the influence. That's why I will not take this category into account. The presentational choices are about the way the moves are presented in a specific way. In the text it is hard to see if a word is presented in a different way than the first time. While reading you do not always read words the way the author intended them. The author can use presentational choices to influence the audience, but this is hard in a text. Since there is no presentation of this text, I think the influence of the presentational choices is limited. That's why I will not take this category into account in my analysis.
I will focus on the topical selection in the argumentation stage. I will look at the topical potential Zijlstra can choose from and the topical selection he makes. By considering the four parameters discussed above I will look at the results that can be achieved with the selection Zijlstra makes. I will look at the routes that Zijlstra can take to achieve these results and at the position of Zijlstra resulting from these choices. By doing so I can point out the strategic moves Zijlstra makes and the function these moves have in order to make his text convincing.

4 Strategic manoevring Zijlstra

The most interesting thing in Zijlstra his argumentation is the structure of the arguments. Zijlstra starts with the topic of the importance and the independence of argumentation. The topical potential Zijlstra could choose from to start with was a wide range of arguments Zijlstra chooses to introduce later. The results Zijlstra can achieve by introducing this argument first is that there is no further discussion about the importance of culture. I assume that the audience that reads this ‘cultuurnota’ will have a bond with culture one way or another. By stating at first that culture is important, Zijlstra agrees with the largest part of his audience. By choosing this topic first, Zijlstra tries to win his audience for him. The result he tries to achieve is that the audience agrees with him at first and he hopes the audience will continue to agree with him, while he continues his route.
The route Zjlstra takes after introducing this argument first is the relation between the importance and the self-evident character of culture. Culture is important for our lives. It has an self-evident character, this means that it is hard to doubt culture. After arguing this, Zijlstra introduces the economic power of culture. By following this route, he first tries to win over the audience by making it clear he agrees with them on the importance of culture. After that he states that culture is self-evident and that culture is one of the few growing economic industries. In this way he states that culture will always be there and won't disappear and that culture is able to make money on its own.
The next step in the route is to conclude from these arguments that a radical change is necessary in the cultural policy of the government. Zijlstra argues that the government is more a financier than a supporter of culture and that culture and that, as he stated earlier, culture can be a strong economic industry itself. Secondly, as culture is important for our society, cultural policy should change because our society has changed.
By choosing this route, Zijlstra doesn't imply anything an audience that has an affection with culture can disagree with: Thus, the natural response is to agree with him. It is a very clever strategy. By starting with the topics of the importance and strength of culture, Zijlstra in a way forces the audience to agree with him. He uses these arguments to conclude his standpoint is correct and there must be a radical change in the cultural policy of the government. He makes no commitments whatsoever against culture, so the audience cannot disagree with him. But he neither makes any commitments to the importance of government support for culture. He only commits to the obvious: Culture is important for our society and our private lives.
The economic power of culture Zijlstra talks about in his second argument is also interesting. He introduces this argument as a fact, but no investigation has been done to back up this argument. In fact, he doesn't even try to back up his data, he simply brings the argument as the truth that needs no backing whatsoever. But why state that culture can be a strong economic industry? The standpoint Zijlstra defends is that the budget the government invests in culture should be cut. Using the theory of van Eemeren to make unexpressed premises explicit this would be the outcome (Eemeren, Grootendorst, Snoeck Henkemans: Argumentation. 57.): If the cultural industry is an economic power, then the budget the government invests in culture should be cut. One of the possible implicit arguments here is that being a strong economic industry,  enables you tomake money on your own. By arguing that the cultural industry can make money on its own, Zijlstra can use this argument to back up his standpoint, without committing himself to this statement, since he keeps it implicit.
Overall Zijlstra his first two arguments are not strong. He uses them to manipulate the audience to choose his side and to avoid making a strong statement the audience can disagree with. He puts forward weak arguments to support his standpoint, but the arguments have unexpressed premises Zijlstra can use to back up his standpoint. In this way he doesn't make any commitments the audience can use to disagree with him and he follows a route he can use to achieve the result to convince the audience of his standpoint. The first three arguments work together to achieve this result.
After arguing a radical chance in the cultural policy of the government, Zijlstra starts to use results from an old research for his next argument. He points out several problems that have been found in the cultural industry. These results date from 2001 and 2006. By stating that these problems are still present in 2011. Zijlstra argues that his new cultural policy will solve these problems, which implies that in at least the last five years the previous Cabinet hasn't solved any of these problems. As I explained above, here he commits a fallacy according to the rules of a critical discussion, formulated by van Eemeren. (Eemeren, Grootendorst, Snoeck Henkemans. Argumentation. 182.)
The result that Zijlstra achieves by using this fallacious argument is that the new Cabinet looks more efficient than the previous Cabinet. The audience hears that the new Cabinet is going to solve problems within the cultural industry that have been there for at least five years. Zijlstra does not explicitly state that the previous Cabinet didn't solve these problems.Thus he avoids a direct confrontation about whether or not the problems discovered all those years ago have been solved or not. He only commits himself to the statement that he is going to solve the problems, again something the audience can hardly disagree with. It is not wrong to solve problems, and by avoiding the issue if the problems should be solved, Zijlstra starts a new route towards convincing the audience that the budget-cut is necessary.
His next argument in this route is that this new Cabinet will keep an eye to the future. Again this implies, that the previous Cabinet didn't look ahead. By suggesting that this new Cabinet will be better than the previous Cabinet, the cultural policy of this new Cabinet is better than the previous policy. By committing the fallacy mentioned above Zijlstra puts himself in a stronger position than the previous Cabinet. From this point of view, Zijlstra argues that to solve the present problems, the new policy is the right one. He does not argue why this is the case, he simply says this is the case. This way it’s not open for discussion and it will be hard for readers to disagree with him.

5 Conclusion

Zijlstra uses his arguments to achieve certain results. He chooses his topical selection in a way that the audience cannot disagree with him. He does not make a lot of commitments or statements that will trigger a confrontation. He avoids to make a real statement and instead comes up with weak arguments the audience cannot disagree with, to back up his standpoint. As the audience cannot disagree with the arguments he uses, it will be hard for them to disagree with his standpoint. In this way Zijlstra convinces his audience.
Zijlstra follows certain routes to come to the conclusion that it is necessary to cut the budget of culture, that culture can be a strong economic industry. The cultural industry itself needs this to connect to the society and to solve the problems that have been there for years. Yes, the problems were discovered. Yes, the cultural industry is able to be an economic industry, but is cutting the budget the solution? A lot of statements Zijlstra makes are questionable. Zijlstra, however, avoids these questions by stating his statements as facts, or by using an implicit argument instead of an explicit argument, to avoid real confrontation.
There are no statements which the audience can disagree with. Most of the statements Zijlstra commits himself to are carefully chosen and generaly accepted. In this way Zijlstra can conclude that his standpoint to cut the budget is the right one and the audience can conclude that they haven't disagreed with Zijlstra, so his conclusion must be the right one. Zijlstra uses topical selection to turn the arumentative moves that are made to the general opinion of his audience, the people with an affection for culture. I cannot say if this works for all of his audience, but his strategic manoevring did work with me. I did feel like I didn't disagree with his arguments and statements. And in that way it was easier for Zijlstra to convince me that cutting the budget of the cultural industry is necessary. However, now I have analyzed his strategic manoevring I find his arguments less convincing than the first time I read his ‘cultuurnota’.
As an answer to my main question: How does Zijlstra make use of strategic manoevring when dealing with topical selection to make his text more convincing? I can conclude that Zijlstra uses the topical selection to create a route that makes it possible for him to make no commitments the audience can disagree with. By following a route with arguments the audience agrees with, whether or not these arguments are strong, the audience is likely to accept Zijlstra's standpoint. The topical selection helps Zijlstra to adapt to the audience demand and to achieve the result he aims at: Convincing the audience of his standpoint. In my opinion this is a very clever use of strategic manoevring.
I conclude that my hypothesis that Zijlstra’s text is not convincing because of his arguments, but because of his strategic manoevring is true. Zijlstra knows his audience and how to use topical selection to convince his audience, or at least to convince me in the first place. It would be interesting to see if his strategic manoevring indeed will affect his audience. A research concerning the adaptation of the audience demand that can take the reaction of the audience into consideration will be needed to see if indeed Zijlstra's strategic manoevring is convincing for the rest of his audience.

References

Eemeren, Frans H. Strategic manoevring in Argumentative discourse. Extending the pragma-dialectical theory of argumentation. Amsterdam: John Benjamins Publishing Company, 2010.

Eemeren, Frans van, Rob Grootendorst, Francisca Snoeck Henkemans. Argemuntation. Analysis evaluation Presentation. New York enz.: Routledge, 2002.

Zijlstra, Halbe. 'Meer dan kwaliteit. Een nieuwe visie op cultuurbeleid. Rijksoverheid.nl. June 10 2011. OCW. December 11 2011 <http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2011/06/10/meer-dan-kwaliteit-een-nieuwe-visie-op-cultuurbeleid.html>

Appendix
1   Er moet bezuinigd worden op cultuur.

1.1   Je culturele bagage bepaalt in hoeverre je onderdeel kunt zijn van deze ontwikkeling en klaar bent voor de toekomst.
1.1.1a   Cultuur geeft onze persoonlijke ontwikkeling vorm.
1.1.1b   Onze netwerken worden steeds internationaler.
1.1.1.1  Cultuur is hier zowel een afspiegeling als een motor van.

1.1.2   Cultuur is een vanzelfsprekend onderdeel van ons leven.
1.1.3   Cultuur stimuleert de creativiteit van individu en samenleving.

1.2   Cultuur is een economische kracht
1.2.1a   De creatieve sectoren groeien harder dan de rest van de economie.
1.2.1b   De brede economische betekenis van cultuur en creativiteit voor andere sectoren en woon- en vestigingsklimaat staat steeds meer in de belangstelling
1.2.2a   Het toerisme groeit wereldwijd.
1.2.2b   Voor toerisme is een aantrekkelijke cultuursector van belang.

1.3   De overheid treed te veel op als financier.
1.3.1   Bij de verlening van subsidies is nu te weinig aandacht voor het publiek en ondernemerschap.
1.3.1.1  Culturele instellingen en kunstenaars moeten ondernemender worden en een groter deel van hun inkomsten zelf verwerven.

1.4   Er is een omslag in het cultuurbeleid nodig.
1.4.1a   Onze samenleving verandert.
1.4.1b   Het cultuurbeleid loopt niet langer te pas met de samenleving.
1.4.1b.1  Door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen (sinds WOII) Zoals individualisering en keuzevrijheid is het oude model onder druk komen te staan.
1.4.2a   In het oude model werden de beslissingen over subsidieverstrekking over gelaten aan kenners.
1.4.2b   Het onderdeel van kenners wordt niet meer als enige criterium geaccepteerd
1.4.2b.1  Het draagvlak voor de huidige wijze van subsidiëring is daardoor afgenomen in de maatschappij.
1.4.2.1.1  En als gevolg daarvan ook in de politiek

1.5   Het kabinet wil de in de afgelopen jaren in beeld gebrachte knelpunten niet alleen benoemen, maar ook aanpakken.
1.5.1   De Raad voor Cultuur constateerde herhaaldelijk en in meerdere sectoren 'versnippering' of een 'gebrek aan slagkracht' door de versnippering.
1.5.2   De Commissie d'Ancona constateerde in 2006 dat de podiumkunsten zich teveel hadden 'losgezongen' van de samenleving
1.5.2.1  Ook wees d'Ancona op de gebrekkige aansluiting van het aanbod op de vraag van het publiek.
1.5.3   Meer dan tien jaar geleden constateerde de toenmalige staatssecretaris dat de 'dominantie van specialisten en een veilige haven van een stelsel van aanbodsubsidies de dynamiek in de gesubsidieerde cultuur hebben belemmerd'.
1.5.4a   Niet alleen economen wijzen op de keerzijde van te grote subsidieafhankelijkheid en de daarmee verbonden geringe spreidingsrisico's.
1.4.4b   Ook in de cultuursector zelf klinken geluiden det er meer efficiency en samenwerking mogelijk is en de sector meer ondernemerschap kan tonen.

1.6   Het kabinet staat voor een toekomstgericht cultuurbeleid.
1.6.1   De maatregelen zijn daarom gericht op een sterke cultuursector, die ondernemend en innovatief is.
1.6.1.1  De cultuursector moet creatief worden in het bereiken en het aan zich binden van nieuw publiek
1.6.1.2  En de cultuursector moet kwalitatief hoogstaande cultuur aanbieden

2 De nieuwe basisinfrastructuur gaat op 1 januari 2013 in.

2.1a   De aanpak van de Raad voor Cultuur voor een frasering en daarbij de bezuinigingen van jaar tot jaar te bezien, past niet in de vierjarige systematiek.
2.1b   De aanpak leidt tot verhoogde administratieve lasten.

2.2   De raad om een overgangstermijn in acht te nemen tot eind 2015 wordt niet overgenomen
2.2.1   Er wordt zo eerder duidelijkheid geboden aan instellingen.
2.2.2   De middelen zijn beschikbaar om het proces goed te begeleiden.
2.2.3   Anders zullen frictiekosten in de lopende jaren op andere instellingen moeten worden verhaald.

2.3   De basisinfrastructuur moet kleiner van omvang zijn
2.4   Talentontwikkeling, vernieuwing en kleinschalige initiatieven moeten via fondsen worden geborgd.

3 Er wordt sterk bezuinigd op sector instituten en intermediairs.

3.1  Dit is in plaats van bezuinigingen op theatergezelschappen.
3.2a   De financiering van een aantal instituten zal worden stopgezet door de bezuinigingen
3.2a.1   Van alle instellingen die door subsidiebeëindiging hun activiteiten moeten staken verwacht ik dat de besturen zorgvuldig omgaan met de bestemming van de boedel.
3.2b   Waar ondersteunende instellingen een rijkscollectie beheren, blijft voor die taak financiering beschikbaar.
3.2b.1   Bij instellingen met een collectie of archieven kan de rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of het Nationaal Archief adviseren.

 

Lees meer 12 maart 2012 door Ilika Polderman (0 reacties)
Operamagazine schrijft over marionetten

Operamagazine schrijft over marionetten

Link naar origineel artikel (met foto's) op operamagazine.nl: http://www.operamagazine.nl/binnenkort/15644/marionetten-geven-opera-speciale-charme/

‘Marionetten geven opera speciale charme’ Amsterdam 20 februari 2012

In een oude scheepssmederij nabij de Nieuwmarkt in Amsterdam huist het Amsterdams Marionetten Theater. Al zo’n 25 jaar zet oprichter Hendrik Bonneur daar opera’s op het toneel. Klein, intiem en charmant. ,,Bepaalde opera’s kun je met marionettentheater een speciale charme geven.”

Het was Joseph Haydn die ooit met marionetten begon te experimenteren. In zijn tijd als kapelmeester en hofcomponist bij vorst Estherházy maakte hij diverse marionettenopera’s, met het idee om de personen op het toneel zo mooi te kunnen maken als ze in het libretto omschreven stonden.

Een paar decennia na Haydns dood blies de Italiaanse familie Colla het genre nieuw leven in. De familie van rijke houthandelaren liet voor feestdagen een schaalmodel van de beroemde Scala in Milaan bouwen en voerde er met marionetten opera’s en balletten op. Nadat de Colla’s al hun geld waren kwijtgeraakt, gingen ze met hun Scala-decor door Italië trekken.

Het schaalmodel bleef bewaard en in de twintigste eeuw haalde nazaat Carlo Colla de erfenis tevoorschijn en begon er weer voorstellingen mee te geven. Daaruit ontstond een marionettengezelschap van internationale allure: Colla e Figli.

Ook in Salzburg kwam het genre in de twintigste eeuw weer tot leven. Daar gaf beeldhouwer Anton Aicher in 1913 een marionettenvoorstelling van Mozarts Bastien en Bastienne, waar een gezelschap uit voortkwam dat inmiddels stevig naam heeft gevestigd, het Salzburger Marionettentheater.

Het Amsterdams Marionetten Theater (AMT) is wat jonger in zijn historie, maar past zeker in dit rijtje thuis. Zo’n 25 jaar produceert het gezelschap van Hendrik Bonneur opera’s op marionettenformaat. In Nederland, maar ook in diverse andere landen. Zo trad het AMT in 2006 op tijdens een speciaal marionettenfestival ter gelegenheid van het Mozart-jaar, samen met de gezelschappen van Colla en Aicher.

Uit de hand gelopen sabbatical
Voor Bonneur is het marionettentheater een jeugdpassie. Als jongen van 14 zag hij een marionettenvoorstelling van Die Zauberflöte en werd er direct door gegrepen. Maar in eerste instantie deed hij er niets mee in zijn werk. Hij werd klinish psycholoog en werkte acht jaar lang met veel plezier in een ziekenhuis.

De theaterwereld trok hem echter sterk aan, zodat hij na die acht jaar besloot zich in het regisseursvak te bekwamen. Hij liep onder meer stage bij de Komische Oper in Berlijn (toen nog in de DDR gelegen) en was assistent van regisseur en ontwerper Filippo Sanjust. Hij richtte in Nederland De Lyrische Komedie op en ensceneerde met succes producties in Duitsland.

,,Maar al had ik succes, het voelde toch niet helemaal als mijn ‘cup of tea’”, vertelt Bonneur. ,,Ik was ondertussen nog steeds gefascineerd door het marionettentheater en besloot het tijdens een sabbatical een keer te proberen.”

Bonneurs proef liep uit op de oprichting van het AMT in 1985. De eerste tien jaar trok het gezelschap veel door het land, daarna vond het een thuisbasis in de Nieuwe Jonkerstraat in Amsterdam, waar het een scheepssmederij uit de jaren dertig omtoverde tot een fraai marionettentheater.

Het gezelschap geeft zo’n 50 tot 60 voorstellingen per jaar in zijn eigen theater. Daarnaast gaat het bijna ieder jaar wel op tournee naar het buitenland. Ook organiseert het AMT operadiners, schoolvoorstellingen en workshops.

Voor de voorstellingen worden enkel marionetten, rekwisieten en decors uit het eigen atelier gebruikt. Live muziek is vanwege de kleine omvang van het theater niet mogelijk, maar het AMT maakt wel voor iedere opera een eigen studio-opname. Daarbij wordt intensief samengewerkt met operazangers en musici, vaak afkomstig uit de wereld van de authentieke uitvoeringspraktijk. Tijdens buitenlandse tournees gaan er wel vaak musici en zangers mee.

Naïef
Niet alle opera’s zijn geschikt voor marionettentheater, legt Bonneur uit. ,,In marionetten zit geen psychologie, dus een opera als Le nozze di Figaro is niet geschikt. Ik zoek naar opera’s die een bepaalde naïviteit en sprookjessfeer hebben. Dáár schuilt de kracht van marionettentheater in vergelijking met opera in een groot theater. Dat soort opera’s kun je een speciale charme geven.”

Vanuit die gedachte heeft Bonneur producties gemaakt van onder meer Die Zauberflöte, De Impresario en Bastien en Bastienne van Mozart en een opéra-comique van Offenbach. ,,Ook een opera als L’elisir d’amore van Donizetti kan ik me goed als marionettentheater voorstellen.”

Behalve de charme brengt marionettentheater ook het kleine en intieme terug in opera-uitvoeringen, zegt Bonneur. ,,Opera begon klein en intiem. Daarna werd het steeds populairder en werden de theaters steeds groter. In zo’n groot theater gaat het vooral om de zangers en de muziek. Maar een opera als Die Zauberflöte is daar oorspronkelijk niet voor bedoeld”, zegt hij, waarna hij met een paar prenten laat zien hoe klein het theater eigenlijk was waar Die Zauberflöte voor het eerst werd opgevoerd.

Hij vervolgt: ,,Je kunt Die Zauberflöte heel groots opvoeren, maar dan wordt het al snel onmenselijk groot. Marionettentheater is een bescheiden voertuig om het menselijke weer terug te brengen. We gaan terug naar de menselijke maat. Het is eigenlijk een charmant alternatief voor opera in het groot.”

Archaïsch
Ook bij de muzikale invulling van zijn producties houdt Bonneur rekening met die sterke kanten van marionettentheater. ,,Ik zoek bijvoorbeeld altijd naar kleine, slanke stemmen. En ik werk al heel lang samen met dirigent Vaughan Schlepp, zodat we steeds beter de muziekdramatische mogelijkheden en onmogelijkheden van marionetten hebben kunnen ontdekken.”

Theatraal gezien kiest Bonneur voor een ‘archaïsche stijl’, zoals hij het zelf omschrijft. ,,We doen eerst veel studie en research en zoeken dan naar een tijdloze stijl. We proberen producties te maken die het over tien of vijftien jaar nog steeds goed doen.”

De aanpak loont. Niet alleen in succes bij het publiek, maar ook in zakelijke termen. Het is simpelweg een zeer efficiënte manier van opera maken. ,,Wij zijn nooit echt een subsidiegezelschap geweest”, zegt Bonneur. ,,We halen veel meer aan eigen inkomsten binnen dan de 25-procentsnorm.”

Een prachtig voorbeeld van een typische AMT-productie is De Toverfluit (Die Zauberflöte). Met trots demonstreert Bonneur diverse decorstukken en personages uit de opera. Het spreekt zeer tot de verbeelding. Zelfs zonder muziek zie je direct het bekende sprookje van Mozart voor ogen.

Volgens Bonneur is Mozarts ‘zauberoper’ dan ook buitengewoon goed bruikbaar voor marionettentheater. ,,De uitvinder van de ‘zauberoper’ was Stranitzky, zelf een marionettenspeler. Het genre heeft daarom iets van het korte en levendige van het poppenspel. Mozart heeft dat geniaal begrepen. Die Zauberflöte is perfect om met marionetten te brengen.”

Op 26 februari en 4 en 18 maart is De Toverfluit te zien in het theater van het AMT. En van 15 april tot en met 1 juni staat De Impresario, ook van Mozart, op de planken. Komt dat zien!

Zie voor meer informatie http://www.marionettentheater.nl.

Lezers van operamagazine.nl krijgen nu bij aankoop van een kaartje voor De Toverfluit of De Impresario gratis een tweede kaartje! Zie voor meer informatie de Actie Amsterdams Marionetten Theater: http://www.operamagazine.nl/binnenkort/15656/actie-gratis-kaarten-bij-marionetten-theater/

door Jordi Kooiman
 

Lees meer 21 februari 2012 door Gitte Clemens (0 reacties)

VPT-themadag ‘Innovatieve theatertechniek in het Scheepvaartmuseum’

Themadag 'Innovatieve theatertechniek in het Scheepvaartmuseum'

Maandag 19 maart 2012, Scheepvaartmuseum Amsterdam

Deze themadag vindt plaats op een schitterende locatie, het geheel vernieuwde en gerenoveerde Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het museum bezit een van de grootste maritieme collecties ter wereld. De verhalen over die maritieme geschiedenis worden verteld met theatrale middelen en technieken die voor sfeer en beleving zorgen. De dag is zo opgezet dat hij interessant is voor een breed publiek van technici, ontwerpers, adviseurs en managers uit de wereld van theater, musea en evenementen.

Het Scheepvaartmuseum is sinds 2 oktober 2011 na een ingrijpende verbouwing van vier jaar weer geopend voor publiek. Het monumentale gebouw is volledig gerenoveerd, de binnenplaats is overdekt met een indrukwekkende glazen overkapping, geïnspireerd op kompaslijnen van oude zeekaarten. En er zijn twaalf nieuwe tentoonstellingen ingericht met steeds een specifieke doelgroep in gedachten. Het ontwerp van het renovatieplan is van architect rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol.

Directeur Willem Bijleveld licht de visie van het museum toe. Renovatie- restauratiearchitect Kees Doornenbal (Rappange & Partners), die verantwoordelijk was voor de restauratie van het casco, presenteert het renovatieproces.  LBP|SIGHT gaat in op de innovatieve vloer die zij hebben ontworpen om de akoestiek op de binnenplaats te beteugelen en waarmee zij de Vernufteling 2011, de innovatieprijs van de Nederlandse ingenieurswereld, hebben gewonnen.

Het lichtontwerp voor zowel architectuur als tentoonstellingen is gemaakt door Lichtontwerpers.nl. Hun uitgangspunt was een theatrale belichting, waarbij ze een target stelden van 70 procent LED armaturen. Dat is met 90 procent ruimschoots gehaald. Kees van de Lagemaat vertelt over ontwerp en technieken. Het Scheepvaartmuseum is tevens het eerste museum ter wereld dat volledig op DMX-sturing en showcontrol werkt. Rutger van Dijk van Rapenburg Plaza geeft uitgebreide toelichting op lichtsturing, mediasturing en showcontrol van de audiovisuele installaties.

Kijk voor het actuele dagprogramma en hoe aan te melden op www.vpt.nl.

Lees meer 20 februari 2012 door Francis Klunder (0 reacties)

Uit in Arnhem

INTERVIEW UIT IN ARNHEM

Tekst Aure Straatman

De wanhoop schemert tussen de regels

Theater het Hof staat bekend om de hoge kwaliteit van de theaterstukken en het acteerwerk. Ook is de gezelligheid beroemd, niet alleen in Arnhem, maar in heel Nederland. In februari brengt Theater het Hof Albee's meesterwerk 'In Wankel Evenwicht'. Regisseur Joop van der Linden vertelt over zijn fascinatie met Albee:

In Wankel Evenwicht

"Het stuk gaat over een echtpaar van zeer goede huize, een oud-geld-familie. Alles is buitenkant, emoties worden nauwelijks toegelaten en worden later wel een keer opgelost. Alles is in orde eigenlijk. Ze zijn gezond en rijk. Het enige is dat de alcoholistische zus van de man in het grote huis te gast is. Dat is vervelend, maar wel mee om te gaan. Dan komt ook de dochter weer thuis, na haar vierde mislukte huwelijk. De moeder, die alles probeert op te lossen en weg te moffelen, ziet zich dan ook nog geconfronteerd met twee boezemvrienden, die moeilijkhe­den hebben en komen logeren. Met ineens zes mensen in het huis klapt het uit elkaar."

 

Meesterwerk

"Volgens de 'kenners' is dit het meesterwerk van Edward Albee. Albee heeft vele stukken geschre­ven, maar 'In Wankel Evenwicht' (1966) heeft hij volgens velen nooit overtroffen. Het zijn heel intrigerende teksten, waarin bepaalde dingen niet uitgesproken worden en een paar lijntjes open blijven. Het is geen komedie, maar tussen de regels door zit wel veel humor. De onmacht om emoties te tonen, gevoelens niet uit te dur­ven spreken, dat kan heel grappig zijn. Ook de vraag hoeveel je kunt verdragen van vrienden, die voor onbekende tijd komen logeren. Hoe zeg je het als je er niet meer tegen kunt en wanneer zeg je dat?"

Fascinatie voor Albee

"De Dierentuin", "Wie is er bang voor Virginia Woolf" en dit stuk zijn de uitschieters in het werk van Albee. De fascinatie voor deze drie werken is dat ze allemaal iets van een geheim hebben. Het wordt niet uitgelegd maar je voelt het. Je begrijpt de teksten, maar er blijft altijd een vraagteken hangen. Je wordt langzaam in de personages getrokken, gevangen door het stuk. De rol van Tobias vind ik het meest interessant in dit verhaal. De relatie tussen hem en zijn vrouw. De vrouw bestiert alles en de man wordt overal buiten gehouden. Alles wordt netjes door haar weggemoffeld. Het negatieve wordt niet uitgesproken, omdat je dat soort dingen nou eenmaal niet uitspreekt. Dat komt in alle milieus voor, dat binnenhouden, en dat vind ik het intri­gerende aan het stuk, hoe een extreme situatie mensen tot extremen drijft."

 

Met een lach

"Wij streven er altijd naar dat mensen met een blij gevoel vertrekken. Dat heb ik geleerd van Dario Fo, als je lacht sta je open voor dingen. Met alleen negativiteit laat je niets toe. Als mensen dan naar huis gaan of aan de bar staan, gaan ze er alsnog erover nadenken en zien ze dat er veel meer in zit. Ondanks de onderhuidse ernst van het stuk lachen wij ons tijdens de repe­tities kapot, om al die onuitgesproken emoties. Het is geweldig om dit stuk met deze cast te mogen doen. De meesten kennen we van vorige stukken, maar bijvoorbeeld Esther Beldman en Anoek van Korlaar spelen nu voor het eerst bij ons. Wel hannesen we nog wat met het decor. Het is het grootste decor dat we ooit gebruikt hebben en een hoop timmerwerk."

In Wankel Evenwicht - Theater het Hof

Met: Brit Vreenegoor als Agnes, Donat Ontskul als Tobias, Lilian van den Berg als Claire, Anoek van Korlaar als Julia, Esther Beldman als Edna en Chris van der Laan als Harry. Regie: Joop van der Linden.

Zie voor alle data: www.theaterhethof.n1

Reserveren: 026 35 144 36 of reservering@theaterhethof.n1

 

Lees meer 02 februari 2012 door Linda van den Brink (0 reacties)
Welkom op het geheel vernieuwde Theaternetwerk.nl

Welkom op het geheel vernieuwde Theaternetwerk.nl

1 februari 2012 is de grote dag waar we letterlijk jaren naar toegewerkt hebben. Een nieuwe community site bouwen die op maat gemaakt is voor ons theatermakers en -liefhebbers, is geen kattepis. Zeker niet met het beperkte budget dat we tot onze beschikking hadden. Dankzij de professionaliteit, creativiteit en bereidheid van Kees tm Internetbureau is dat ons toch gelukt.

De nieuwe site is zo anders van opzet en structuur dat het niet mogelijk is gebleken om alle agenda items, profielen, groepen en andere content over te zetten. Een verse start dus, waarop iedereen zich opnieuw kan aanmelden en zichzelf op allerlei manieren kan laten zien.

Neem de komende dagen even de tijd om wegwijs te worden en te ontdekken:

  • hoe je je persoonlijke profiel aanmaakt (organisatieprofielen zijn niet toegestaan)
  • dat je ook met je facebookaccount kunt inloggen
  • hoe je (speel)locaties toevoegt
  • hoe je je theatergroep kunt toevoegen
  • hoe producties en voorstellingen die je toevoegt, koppelt aan een locatie en direct in de agenda zichtbaar zijn
  • dat de voorstellingen die je nu toevoegt ook direct in de theater app voor smartphones zichtbaar zijn
  • hoe je artikelen, recensies en vraag&aanbod in je regio onder de aandacht kunt brengen
  • en hoe je met andere theaternetwerkers in contact kunt komen.

Ongetwijfeld komen we in de beginfase nog een aantal fouten tegen, en zul je bij het netwerken ideeen krijgen hoe dingen handiger of beter kunnen worden ingedeeld. Daarvoor vind je aan de linkerkant van de pagina een feedback knop. Aarzel niet om die te gebruiken. Vragen zullen we zo snel mogelijk behandelen. De bugs zullen we zo snel mogelijk oplossen. De tips en suggesties voor verbetering, verzamelen we voor een volgende update.

Veel netwerkplezier:-)

Maarten Freriks

Lees meer 31 januari 2012 door Theaternetwerk (0 reacties)
Bezig met laden...